Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
260 '/ware meialen.
fleschje, vuile dit gelieel met kunstmatig selterswater, en late liet
eenen dag staan. De witte vlokken, die zich op den bodem van het
fleschje afzetten, zijn koolzuur ijzeroxydulehydraat, hetwelk zich
door waterontleding onder den invloed van koolzuur van het
selterswater gevormd heeft. Het ijzeroxydule verbindt zich gaarne
met koolzuur cn vormt daarmede een wit, in zuiver water on-
oplosbaar zout, dat echter even als de koolzure kalk in koolzuur-
houdend water een weinig oplosbaar is. De heldere vloeistof
houdt er een weinig van opgelost, zoo als de aan de ijzerzou-
ten eigendommelijke inktsmaak aantoont. Zij wordt in een glas
overgegoten en aan de lucht blootgesteld. Naarmate het kool-
zuur ontwijkt, bedekt zich de oppervlakte der vloeistof met een
zacht, wit laagje, welks kleur langzamerhand in geel, dan
in rood en violet overgaat. Eindelijk neemt het eene geel-
bruine kleur aan en valt als roest op den bodem. Het ijzeroxydule
trekt zeer begeerig zuurstof uit de lucht aan, en wordt tot ijzer-
oxydul-oxyde en eindelijk tot ijzeroxydehydraat. Hetzelfde doen
de ijzeroxydulezouten: van daar het geelworden derzelve bij lang-
durig bewaren of bij het liggen aan de lueht. Een zeer dun
laagje ijzeroxydule-oxydc kaatst het licht geel terug, een dikker,
rood of bruin, een nog dikker, violet en blaauw : dit is de oor-
zaak van de kleurschakering, die wij zeer dikwijls op dc opper-
vlakte van stilstaande wateren bemerken. In de natuur namelijk vor-
men zieh ook overal, waar bronwater over ijzerhoudende steenen
vloeit, oplossingen van koolzuur ijzeroxydule (staalwater), die
echter aan de lucht langzamerhand ontleed worden. Op deze wijze
ontstaat het bruine slijk, dat zich uit vele wateren in groote
hoeveelheid afzet. Door opeenhooping en langzame vermeerdering
hebben zich op vele plaatsen groote beddingen daarvan gevormd,
die onder den naam van moerasijzersteen tot het uitsmelten van
ijzer gebruikt worden. Gewoonlijk bevatten deze ertsen ook een
weinig phosphorzuur.
Ook het koolzuur ijzeroxydule wordt in vele landen onder de
gedaante van eenen graauwen, digten steen in zoo groote hoe-
veelheid aangetroffen, dat het tot daarstelling van ijzer dienen
kan. Het beroemde Stiermarksche staal wordt voornamelijk uit
deze erts, die men spaathijzersteen of sphaerosiderit noemt, daar-
gesteld. Met klei gemengd komt het zeer menigvuldig voor in de
steenkolenlagen: uit deze erts wordt het meeste engelsche ijzer
verkregen.