Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
IJzer. 259
wel echter wanneer het in gloeijenden toestand met water of wa-
terdamp in aanraking komt, en ook bij de gewone temperatuur
met behulp van een zuur (48). Dit zuur kan zwavelzuur, phos-
phorzuur of een ander sterk zuur zijn, maar ook het zwakke
koolzuur is daartoe in staat, en daarop berust hoofdzakelijk de
werking , die de gewone lucht op het ijzer uitoefent, welke wij
met den naam vau het roesten bestempelen.
In drooge en koolzuurvrije lueht wordt ijzer niet veranderd,
het roest niet, maar bij aanwezigheid van water of waterdamp en
koolzuur vangt het weldra aan te roesten.
e) Froef, Men werpe eenig ijzerpoeder in een glas en giete
dit vol welwater: het ijzer zal langzamerhand zijnen glans ver-
liezen eii eene zwarte kleur aannemen; er wordt onder den in-
vloed van het koolzuur en de lucht, die iu elk bronwater voor-
handen zijn, een weinig water ontleed en ijzeroxydule gevormd,
dat zich spoedig tot ijzeroxydul-oxyde oxydeert. Men herhale de
proef met uitgekookt water: hierin zal het ijzer zijne blanke
oppervlakte behouden. Eij het koken worden de lucht en het
koolzuur uitgedreven cn cr heeft dus iu uitgekookt water geene
oxydatie plaats.
Giet men cr nu het water af , zbodat het ijzer ook met de lueht
in aanraking koïnt, zoo begint het eigenlijke roesten. liet ijzer
neemt hierbij zooveel zuurstof op, dat het tot oxyde wordt, en
daarenboven nog eene hoeveelheid water (3 aeq.), hetwelk de gclc
kleur van den roest veroorzaakt. De rpest is derhalve ijzeroxyde-
hydraat (rc^O,, 3H0), Houdt men het ijzer vochtig, en roert men
het eenige malen om, zoo zal het na eenigen tijd geheel in roest
veranderd zijn.
Ook deze verbinding komt menigvuldig in de natuur voor en
wordt ouder den naam van bruinijzersteen als eene voortreffelijke
ijzererts gebruikt. Met klei gemengd voorkomende, verkrijgt de
bruinijzersteen de benamingen: geelijzersteen , gele oker, gele klei
of gele aarde. De gele of bruine kleur, die wij aan vele steenen
bemerken, wanneer zij aan de luch't liggen, de gele of bruine
kleur, die het zand en de leem hebben , wordt altijd door ijzer-
oxydehydraat veroorzaakt. Het verweeren van zwarte rotssoorten
tot bruine stukken en eindelijk tot gele aarde zal nu niets
bevreemdens meer hebben: het daarin bevatte zwarte ijzeroxydule
oxydeert zich langzamerhand tot geel ijzeroxydehydraat.
f) Froef. Men wcrpc een weinig ijzerpoeder in een drank-
17*