Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
IJzcr. 257
als een mengsel van 1 aeq. ijzeroxydule met 3 aeq. ijzer be-
schouwen.
b) Froef. Verbit men dit verder voor de blaasbuis, zoodat
het een tijdlang gloeit, zoo neemt het steeds meer in gewigt
toe , tot het eindelijk 6—7 grein meer weegt. Nu stelt het. de-
zelfde verbinding daar, die zich bij het verbranden van ijzer in
zuurstof, bij het smeden en wellen van het ijzer vormt, het be-
kende hamerslag. Het is een mengsel van oxydule en oxyde. Het
oxydule (FeO) kan men op deze wijze niet zuiver bereiden, daar
er zich steeds gelijktijdig oxyde vormt: men kan echter uit de
kleur van het suboxyde en van bet oxydul-oxydc opmaken, dat het
eene zwarte kleur bezit. Deze kleur ontdekken wij ook in alle
rotssoorten, die ijzeroxydule, meestal met kiezelzuur verbonden,
bevatten. Bijna alle zwarte en groene steenen, b. v. basalt, ser-
pentijn, aluinsehiefer enz. zijn door ijzeroxydule gekleurd.
Op vele plaatsen vindt men in de aarde eene ijzererts, welke
dezelfde zamenstelling en dezelfde zwarte kleur heeft als het ha-
merslag. Men noemt haar magneetijzersteen, omdat zij niet alleen
door eenen magneet aangetrokken wordt (retractorisch), maar ook
zelve kleine stukjes ijzer aantrekt (attraetorisch werkt). Omgeeft
men een stuk magneetijzersteen met twee ijzeren staven, zoo deelt
zich de magnetische kracht van den steen aan het ijzer mede, en
men kan op deze vï-ijze kleine magneten vervaardigen. Het be-
roemde Zweedsche ijzer wordt grootendeels uit dergelijke ertsen
uitgesmolten.
c) Froef. Wordt hamerslag lang aan de buitenste of oxydatie-
vlam voor de blaasbuis blootgesteld, zoo bedekt het zich met eeue
roode poedervormige korst: dit is ijzeroxyde (Fe,O,).
d) Proef. Gemakkelijker bereidt men het ijzeroxyde op de
volgende wijze. Men legt een kristal van ijzervitriool op een
stuk kool en gloeit het zoo lang tot het bruin geworden is. Water
en zwavelzuur ontwijken cn het overgeblevene ijzeroxydule neemt
nog half zooveel zuurstof op, als het reeds had en wordt ijzer-
oxyde (FeO wordt Fe,0,). De roode kleur van dit ligchaam wordt
dan eerst regt duidelijk , wanneer men het met den nagel op een
stukje papier fijn wrijft. Evenzoo blijft er ijzeroxyde terug, wan-
neer men ijzervitriool verhit, om daaruit vitrioololie te verkrijgen,
en dit komt onder den naam caput mortuum , doodenkop, En-
gelsch- of polijstrood, als eene veel gebruikte en goedkoope verw
en polijstpoeder voor glas en metaal in den handel.
17