Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
256 '/ware meialen.
mate dan daar, waar men goud in overvloed had, en daarbij het
werken verleerde.
Het ijzer is ook in een ander opzigt boven alle andere metalen
van belang voor de menschen. Het is het eenige metaal, dat
onsehadelijk is voor onze gezondheid, het eenige metaal, dat een
nooit ontbrekend bestanddeel van ons ligehaam, namelijk van het
bloed, uitmaakt; het eenige metaal eindelijk, dat wij overal op
de aarde, in alle steen- en aardsoorten en in de meeste planten
aantreffen. Al weten wij ook nog niet, waarin de invloed be-
staat, die het op het leven van dieren en planten uitoefent, zoo
komen wij toch door zijne algemeene verspreiding tot het besluit,
dat de hoogste wijsheid aan het ijzer een dergelijk gewigt heeft
gegeven voor het organische leven, als aan het keukenzout, den
-kalk , het phosphorzuur en eenige andere stoffen.
Proeven met ijzer.
276. Bij deze proeven gebruikt men het fijne ijzerpoeder, zoo
•als het in de apotheken verkrijgbaar is.
a) Proef. Men brenge ongeveer 17^ grein ijzerpoeder op ccn
Fig. 139. stukje kool en verhitte het
op ééne plaats eenige oogen-
blikken voor de blaasbuis:
het begint te gloeij en en dit
gloeijen plant zich van zelf
door de geheele massa voort,
hetwelk men duidelijk aan
de veelkleurige streep, die
het gloeijen vooraf gaat, kan
zien. Het ijzer neemt daarbij
eene donkere, bijna zwarte
kleur aan en vormt na het
'bekoelen eene zamengebakken massa, die ongeveer 18^ grein
-weegt: 17i grein ijzer hebben dus grein zuurstof opgenomen.
"Vermenigvuldigt men deze getallen met 20, zoo verkrijgt men 350
ijzer (1 acq.) cn 25 zuurstof aeq.), of 4 aeq. ijzer op 1 acq.
::auurstof. Men kan dit ligehaam ijzersuboxyde (onderoxyde) noe-
•men. Met den naam suboxyde bestempelt men dikwijls oxyden.,
üic nog miudcr zuurstof bevatten , dan het oxydule, maar die
laieh tegenover zuren als mengsels van metaal en oxydule verhou-
den. In het ijzeroxydule is steeds 1 aeq. ijzer (350) met 1 aeq.
-zuui-btof (100) verbonden, en dus kau men het suboxyde ook