Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
IJzer. 255
ZWARE METALEN.
EERSTE GROEP DER ZWARE METALEN.
IJZER, Ferrum (Fe).
(\eq. gfw. = 350. — Sppc. gew. = 7).
275. Noemt men het goud den koning der metalen, zoo is
toch het ijzer verreweg het gewigtigste en nuttigste in deze klasse
van ligchamen. Vroeger was het ijzer het teeken van den krijg
en droeg het den naam van Mars; dat het tegenwoordig ook voor
de bezigheden der menschen in vredestijd een groot, een onbe-
schrijfelijk groot gewigt heeft, is genoeg bekend. Niet tot zwaar-
den en kanonnen alleen kunnen wij dit metaal gebruiken: het is
het ijzer, waaruit wij ook ploeg en beitel en duizenderlei ver-
schillende werktuigen en gereedschappen, van den eenvoudigen
koffijmolen tot de verbazende stoommachine toe, vervaardigen; het
is do ladder, waar langs kunsten cn handwerken tot eene zoo
bewonderenswaardige hoogte zijn gestegen: het is de brug, waar-
over wij thans berg en dal over vliegen, met eene snelheid, die
aan het ongeloofelijke grenst.
Het goud vinden wij gedegen aan de oppervlakte der aarde,
wij behoeven den zandbodem van vele landen, het slijk van vele
rivieren slechts te wasschen, om goud in den metaalstaat te be-
komen. Niet alzoo met het ijzer. Uit de diepte der aarde moe-
ten wij door kunstige werktuigen de ertsen te voorschijn bren-
gen, waarin het ijzeroxyde verscholen is : door kunstmatige be-
handeling moeten wij in het hevigste vuur daaraan eerst de zuur-
stof onttrekken, om het in metallisch ijzer te veranderen: wij
moeten dit weder omsmelten en op de menigvuldigste wijzen
verarbeiden , voor het de eigenschap verkrijgt, zich te laten sme-
den en wellen. Het goud wordt den menschen als een geschenk
aangeboden, het ijzer moet eerst door den moeijelijkstcn arbeid,
door vereeniging van ligehaams- en geestkrachten verkregen wor-
den. Daardoor juist is het ijzer tot zulk eenen zegen geworden
voor de landen, waar men zieh met dc daarstelling en verarbei-
ding van hetzelve bezig houdt, want wij vinden daar, zoo als
ons de geschiedenis leert, den zegen der werkzaamheid , gezond-
heid , tevredenheid , welstand cn geestbeschaving in veel grootere