Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
254 Liffle metalen.
Tellen wij de afzonderlijke velden, zoo vinden wij in iedere
figuur 8 witte en 8 zwarte velden; liet absolute aantal is dus
even groot, maar liunue groepering is versehillend. Iu a zijn de
zwarte velden steeds 1 aan 1, in i 2 aan 2, in c en 4 aan 4
verbonden, van daar het verschillende aanzien. Denken wij ons
nu in plaats van velden atomen, zoo hebben wij een beeld der
isomerische ligchamen en wij kunnen het ons nu gemakkelijk ver-
klaren, hoe er ligchamen kunnen zijn, die bij volkomen gelijke,
ook volgens het gewigt gelijke zamenstelling een geheel verschil-
lend aanzien en verschillende eigenschappen hebben. Kautschouk
(elastieke gom), steenolie en lichtgas bieden een opmerkenswaar-
dig voorbeeld van deze uitwendige verscheidenheid en inwendige
gelijkheid aan. Deze zoo ongelijke ligchamen hebben qualitatief en
quantitatief geheel dezelfde bestanddeelen (koolstof en waterstof).
9) De atomen der verschillende ligchamen moeten eindelijk ook
een gewigt , en wel een van elkander versehillend gewigt hebben.
Heeft een stuk krijt, waarin zich millioenen atomen bevinden
kunnen, een bepaald gewigt, zoo moet ook het kleinste gedeelte
daarvan een gewigt hebben, al is liet ook nog zoo klein; want
uit niet zware deeltjes zou nooit een zwaar ligehaam kunnen ont-
staan. Krijt bevat op 350 lood kalk 275 lood koolzuur. Heeft
een groot stuk krijt deze zamenstelling, zoo moet ook een kleiner
stuk, ja het kleinst denkbare gedeelte in dezelfde gewigtsverhou-
ding zamengesteld zijn. Denken wij ons nu het krijt uit 1 at.
kalk en 1 at. koolzuur zamengesteld, zoo schrijven wij daarmede
aan 1 at. kalk een gewigt van 350, aan 1 at. koolzuur een gewigt
van 275 toe. In 350 lood kalk zijn steeds bevat 250 lood cal-
cium eu 100 lood zuurstof: ook deze verbinding wordt als eene
uit gelijke atomen bestaande aangezien ; 1 at. calcium weegt der-
halve 250, 1 at. zuurstof 100. In 275 lood koolzuur eindelijk
vinden wij altijd 75 lood koolstof met 200 lood zuurstof verbon-
den , 75 is het gewigt van 1 at. koolstof, 200 dat van 2 at.
zuurstof.
Deze getallen zijn nu dezelfde, die vroeger reeds onder den
naam van verbindingsgewigten of aequivalentgetallen voorgeko-
men zijn. Men kan deze getallen alzoo ook volgens de atomis-
tische theorie als het relatieve gewigt der atomen aanzien. Van
daar de derde naam voor dezelve ; Atomegewigten.