Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
230
Liffle metalen.
'iTi. Multiple proporties. Vele elementen hebben de eigenschap,
zich in meer dan ééne verhouding met zuurstof, zwavel, chloor enz.
te kunnen verbinden; op deze wijze ontstaan de in 153 vermelde
oxydatie-, zwavelings- cn chloortrappen. Bij den eersten oogopslag
zou het kunnen schijnen, alsof dit in tegenspraak ware met de
wet, dat de ligchamen zich slechts in vastbepaalde hoeveelheden
met elkander verbinden. Deze tegenstrijdigheid verdwijnt echter,
wanneer men de zaak opmerkzamer beschouwt; want men be-
merkt alsdan, dat het niet een willekeurig of toevallig meer of
minder is, maar eene vastbepaalde , onveranderlijke hoeveelheid.
Bestijgen wij eene glooijende hoogte, zoo hangt het van ons af,
meerdere of mindere, grootere
of kleinere schreden te maken,
want wij kunnen den voet op
iedere plaats zetten, die ons
goeddunkt; stijgen wij echter
langs eenen trap of eenen lad-
der in de hoogte, zoo zijn wij
gedrongen een bepaald aantal schreden te maken, omdat wij den
voet slechts op bepaalde plaatsen zetten kunnen. Even als in het
laatste geval, verhouden zich ook de ligehamen, die zich iumcer
dan ééne verhouding met een ander verbinden, zij nemen daarvan
wel verschillende, maar toch onveranderlijk bepaalde hoeveel-
heden op. Hierbij heeft men gevonden, dat de grootere hoe-
veelheden altijd juist het 2, 2^, 3 of S^voudige van de
geringste hoeveelheden bedragen, nooit het of het Ij of het
l^-voudige. De opklimming geschiedt dan slechts langs geheele
of halve trappen, b. v.
75 lood koolstof
geven met
100 lood zuurstof kooloxydegas — CO,
150 // u oxalzuur — C!,0,,
200 » // koolzuur —CO,,
100
175 lood stikstof ) 200
geven met j 300
500
stikstofoxydule = NO,
stikstofoxyde NO,,
salpeterigzuur " NOj,
salpeterzuur — NOj,