Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
253 ligte metalen.
te verbinden, of Let door een ander te vervangen; nu belioeft
men slechts in de tabellen der verbindingsgewigten of acquivalen.
ten de overeenkomstige getallen na te zien, om vooruit de noo-
dige hoeveelheid te bepalen,
272. Bij gasvormige ligchamen geschieden de verbindingen,
daarenboven ook in bepaalde en steeds zeer eenvoudige maatsver-
houdingen. Zeer dikwijls heeft daarbij verdigting plaats, zoodat
men na de verbinding minder heeft, dan voor de verbinding.
Voorbeelden.
uit I maat cliloorgas en 1 maat waterstofgas word. 2 mat. chloorwaterstofgas.
» 2 » waterstofg. » 1 » zuurstofgas » 2 » waterdamp.
3 » waterstofg. »1 » stikstofgas » 2 » ammoniagas.
» 6 » waterstofg. »1 » zwavelgas ï 6 » zwavelwaterstofgas.
Wij vinden dus ook hier dezelfde regelmatigheid cn eene nog
veel grootere eenvoudigheid, dan wanneer de ligchamen zich vol-
gens het gewigt met elkander verbinden. Zoo het mogelijk ware,
alle ligchamen in gassen te veranderen, zoo zouden wij zeker
bij alle chemische verbindingen dergelijke eenvoudige maat- of
volumen verhoudingen aantreffen.
272*. Naar hetgeen in 99 (pag. 72) gezegd is, heet het spe-
cifiek gewigt eener gassoort het getal, dat uitdrukt, hoeveel maal
ccn bepaald volume van een gas zwaarder of ligter is, dan een
zelfde volume lucht, of met andere woorden: het gewigt van een
volume gas , wanneer het gewigt van eén zelfde volume lucht = 1
wordt gesteld.
Naar de zoo even genoemde wet moet er dus dezelfde verhou-
ding bestaan tusschen de speeiflck gewigtsgetallen van enkelvou-
dige gassen, die zich tot gelijke volumia te zamen vereenigen,
als tusschen hunne aequivalenten. De nadenkende lezer zal dus
de volgende voorbeelden wel kunnen verstaan.
Bij het zoutzuur hebben wij:
1 maat chloor wegende 2,45 verbindt zich met
1 t waterstof u 0,0691 tot zoutzuur.
1 acquivi chloor u 443,3 verbindt zich met
1 n waterstof t 12,5 tot zoutzuur.
Nu moet noodzakelijk:
2,45 : 0,0691 = 443,3 : 12,5 *)
Dat iiier geene volkomene gelijke verhouding gevonden wordt, is
alleen, een gevolg daarvan , dat meu nimmer, ook met de hcste hulpmidile-