Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
246 LujU tndaïen.
mogen, even zooveel zuurstof kunnen opnemen en vasthouden,
als 1250 lood kwikzilver.
270. Aequivalenten. Verdere onderzoekingen voerden tot de
verrassende ontdeklcing, dat men door middel van de gevondene
getallen niet alleen bepalen kon, in welke verhoudingen de ele-
menten zich met de zuurstof verbinden, maar ook, in welke ver-
houdingen zij zich onder elkander verbinden. Dit geschiedt na-
melijk insgelijks in de gewigtshoeveelheden , welke door de ge-
tallen der verbindingsgewigten aangegeven worden. 12^ lood water-
stof verbinden zich met 100 lood zuurstof tot water, met 200 lood
zwavel tot zwavelwaterstofgas, met 443 lood chloor tot zoutzuurgas;
dezelfde hoeveelheid zwavel, die met 300 lood zuurstof zwavelzuur
geeft, met 488 lood potassium zwavel-potassium, met 350 lood ijzer
zwavelijzer, met 1250 lood kwikzilver zwavelkwikzilver (cinnaber).
Verhit men ijzer met cinnaber, zoo gaat de zwavel op het ster-
kere ijzer over en het kwikzilver wordt vrij. 350 lood ijzer zijn
toereikende, om 1450 lood cinnaber te ontleden en daarbij wor-
den steeds 1250 lood kwikzilver afgescheiden. Gebruikt men meer
ijzer, zoo blijft er een deel ijzer onverbonden, neemt men meer
cinnaber, zoo blijft een deel cinnaber onontleed. Wanneer in
eene chemische verbinding een element in de plaats van een an-
der treedt, zoo geschiedt dit immer in de door het verbindings-
gewigt aangegevene hoeveelheden.
Voor 100 gulden kan men koopen 4 lood goud, of 16 lood
platina, of 56 lood zilver, of 1000 lood kwikzilver; 4 lood goud
hebben derhalve in den handel dezelfde waarde als 16 lood pla-
tina, 56 lood zilver of als 1000 lood kwikzilver. Even zoo is het
bij de chemische verbindingen. Met 100 lood zuurstof verbinden
zich 350 lood ijzer, of 488 lood potassium, of 1250 lood kwik-
zilver; 350 lood ijzer hebben naar deze voorstelling dezelfde
chemische waarde als 488 lood potassium of 1250 lood kwikzil-
ver. Dit is de reden, dat men deze getallen ook veelal Aequiva-
lenten noemt (gelijkwaardig, van aequus , gelijk, en valere, gel-
den). Onder 1 aeq. zuurstof heeft men zieh derhalve altijd 100
gewigtsdeelen, onder 1 aeq. ijzer 350 gewigtsdeelen, onder 1 aeq.
kwikzilver 1250 gewigtsdeelen van deze stoffen te denken.
271. Dezelfde wet geldt ook voor de chemische verbindingen
der tweede en derde orde; dit blijkt reeds uit het neutraliseren
eener basis met een zuur en uit de in 200 vermelde verzadigings-
capacitcit der ziu-en. Wanneer en de basische eigenschappen der