Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
510 Ligle metalen.
ten- cn dierenrijk kunnen door de aluinaarde gebonden en uit
hare oplossingen nedergeslagen worden. Hierop berust de uitge-
breide aanwending, die de aluinaardezouten in de verwerij en
drukkerij verkregen hebben. Tot dit doel gebruikt men behalve
den aluin ook dikwijls azijnzure aluinaarde, omdat het zwakke
azijnzuur gemakkelijker de aluinaarde verlaat dan het sterke zwa-
velzuur. Dit zout wordt verkregen door azijnzuur loodoxyde en
zwavelzure aluinaarde , beide in water opgelost, te vermengen ,
waarbij zich door dubbele keurverwantschap oplosbare azijnzure
aluinaarde en onoplosbaar zwavelzuur loodoxyde vormen.
d) Proef. Men bevochtige een stukje aluin (of ook klei of
aluinaarde) met eenen droppel salpeterzure kobaltoplossing en ver-
hitte het voor de blaasbuis; het salpeterzuur wordt verjaagd en
het terug blijvende kobaltoxyde kleurt de aluinaardeverbinding
fraai blaauw. De2e omstandigheid wordt dikwijls als een zeer
naauwkeurig kenmerk van het aanwezen van aluinaarde gebruikt.
Men bereidt op deze wijze ook eene kostbare en zeer bestendige
blaauwe kleur , die den naam van kobalt-ultramarin draagt. Een
ander heerlijk blaauw, het lazuursteenblaauw, bereidt men sedert
eenige jaren, door klei met zwavelsodium en een weinig
ijzer te gloeijen. Bij het gebruik dezer kleuren heeft men zich
te hoeden, ze met zuren te zamen te brengen, daar deze zwavel-
waterstof daaruit ontwikkelen en de kleur vernietigen.
263. De bereiding van den aluin in het groot, geschiedt ge-
woonlijk op eene andere wijze, dan onmiddellijk uit klei eu pot-
asch. Men gebruikt daarioe steensoorten, die aluinaarde, en
tegelijk zwavel bevatten: b. v. aluinsteen cn aluinschiefer; laat
men deze steenen lang aan de lueht liggen (verweeren) of verhit
men ze zacht (roosten), zoo ontstaat uit de zwavel zwavelzuur,
hetwelk zieh nu met de aluinaarde verbindt.
26é. De aluin biedt een schoon voorbeeld aan, vau hetgeen wij
Isomorphie noemen. Men is namelijk in staat, om daarin de pot-
asch door andere bases te vervangen, mits deze slechts eene daar-
mede overeenkomstige zamenstelling hebben, dat is, op 1 aeq.
metaal 1 aeq. zuurstof bevatten (NaO, NH.0, FeO) en de aluin-
aarde door bases, die op 1 aeq. metaal acq. zuurstof bevatten,
b. v. chroomoxyde (CrjO,) of ijzeroxyde (Ee,0,), zonder dat
daarbij de octaëdrische kristalvorm verloren gaat. Men verkrijgt
alzoo de volgende aluinsoorten: