Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
ii-l
Ligte metalen.
80
\
loopene geelaclitige vloeistof wordt met ammonia zoolang nederge-
slagen, tot zij dmdelijk daarnaar riekt: de bruine vlokken, die zich
hierbij uitscheiden, zijn ijzeroxydehydraat, welke men door nog-
maals te filtreren afzondert. De verkregene waterheldere vloeistof
wordt nu in eene kolf tot het kookpunt verhit en zoolang met
eene geconcentreerde oplossing van koolzure ammonia (of potasch)
Fig. 135. vermengd, als er nog een nederslag ontstaat. Dit
nederslag is koolzure kalk, dien men op een filtrum
verzamelt, uitwascht, droogt en weegt. Eenvoudiger
is het nog, wanneer men den inhoud van de kolf in
eenen gregradueerden cylinder giet, en den koolzuren
kalk, die spoedig op den bodem zinkt, afmeet. Hoe-
veel een graad koolzure kalk in gewigt bedraagt, be-
paalt men eens voor altijd, door 4, 6, 8, 10 enz.
grein krijt in zoutzuur op te lossen, met koolzure
ammonia neder te slaan en dan te onderzoeken,
hoeveel ruimte dit nederslag in den cylinder inneemt.
Heeft men meer vloeistof, dan de cylinder bevatt«i
kan, zoo doet men de proef met de helft, of dampt
ze eerst een weinig^ in.
Deze beide eenvoudige proeven, het mechanisch wasschen en
het chemische onderzoek op kalk, waren wel waard, om meer
door den landbouwer in het werk gesteld te worden, dan te-
genwoordig geschiedt; hij kan toch daardoor, zonder groote
kosten of tijdverlies, zich bekend maken met de hoofdzakelijke
bestanddeelen van den verschillenden en dikwijls zeer afwisselen-
den bodem zijner velden.
Verdere eigenschappen der klei.
256. Proef, Men late 1 lood goed gedroogde leem een^e we-
ken aan de lucht liggen en wege ze dan weder: zij zal meer
wegen dan vroeger. Deze toename iu gewigt kan slechts door
stofPen veroorzaakt worden , die uit dc lucht zijn opgenomen :
water, koolzuur en ammonia. Van de aanwezigheid der laatste
kan men zich ligt door den reuk overtuigen, wanneer men een
stuk leem van eenen ouden muua*, vooral in de nabijheid van
veestallen met wat kalk en eenige droppels water te zamen wrijft,.
Versch uit de aarde genomene leem op deze wijze behandeld geeft
geenen of slechts een onbeduidenden reuk naar ammonia. Hier-
door is ook de eigendommelijke reuk verklaarbaar, dien men aan
alle kleiaarde bevattende steenen bemcikt, wanneer men cr op-