Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
i''
10 Water en tvamie.
geland en ook bij ons bij weerkundige waarnemingen in gebruik. In
Buitschland is de schaal van rea.ijmüii in het dagelijksche leven het
meest in gebruik, iu -wetenschappelijke werken gebruikt men echter
overal delionderdgtadige schaal, die ook in Frankrijk algemeen ge-
bruikelijk is. Zij is ook aangenomen bij de in dit werkje opgegevene
warmtegradeu of temperaturen. Om deze schalen met elkander te
vergelijken, moet men in de gedachten houden, dat K. zoo
groot zijn als 5° C. of F. Wil men graden van E., die boven het
vriespunt liggen, tot graden van R. of C, herleiden, zoo moet men
natuurlijk eerst 32® aftrekken, en even zoo veel bij de uitkomst
optellen , wanneer men graden van R, of C. in die van E. wil
veranderen. Bij de graden boven O voegt men het plus-teeken (+),
bij die onder O, die men gemeenlijk koudegraden noemt, het
minus-teeken (—).
Tot chemische proeven is het best geschikt een eylinderthermo-
meter, die tot 300*^ C. gaat, daar deze, zoo als uit nevenstaande
p-g Q afbeelding blijkt, gemakkelijk door eene kurk en op een
kolfje kan gestoken worden, waarin vloeistoffen tot be-
paalde temperaturen verwarmd moeten worden. De bij deze
soort van thermometers boven het kookpunt staande graden
worden op de buis even groot genomen als die, welke men
door de verdeeling tusschen O*' en 100^ verkrijgt.
18. Het kwik bevriest bij —C.; in de noordelijke
streken onzer aarde heeft men echter eene koude van 50®
waargenomen, en door kunstmiddelen kan men deze zelfs
tot 100® brengen. Om zulke hooge koudegraden, of, wat
hetzelfde is , zulke lage warmtegraden te meten, gebruikt
men thermometers, die met spiritus gevuld zijn, daar deze
zelfs bij —100® C. nog niet bevriest.
19. Het kwik kookt bij 360® C., en men kan dus daarmede
gevulde thermometers ook niet tot het waarnemen van hoogere
temperaturen gebruiken. Sterke hittegraden zoekt men te bepalen
door de uitzetting van staven uit platina, een metaal, dat in het
sterkste vuur niet smelt, te meten. "Werktuigen van deze soort
noemt men pyrometers of vuurmeters. Door brandspiegels en door
chemische bewerkingen is men in staat , eene hitte van meer dan
2000® C. voort te brengen.
20. Eene braadpan , die koud even door de deur van een oven
gaat, kan men er, als zij heet geworden is, niet meer uitnemen;
zij is door de warmte grooter geworden; een ijzeren band, gloeijend