Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Alurainium,
231
daardoor van de klei, dat zij meer zaud bevat en door ingemengd
ijzeroxyde geel of bruin gekleurd is, Eene kJeisoort, die nog
meer zand bevat dan de leem, wordt zandleem genoemd.
Froef. Men make uit klei- of leemdeeg een potje cn giete er
water in: het water blijft daarin staan en wordt door de klei niet
doorgelaten, zoo als door zand of kalk. Bevinden zich lagen van
klei onder de oppervlakte van
een land, zoo kan op zulke
plaatsen het regenwater niet
in de diepte indringen en er
ontstaan op deze wijze natte
plaatsen en poelen. Men kan ze doen verdwijnen door iu deze
kleilagen tot aan de zdch daaronder bevindende lossere aardlaag
een gat te boren, waardoor het water afloopt.
Op vele plaatsen vindt meu in de aarde afwisselende klei- eu
kiezel- of zandlagen boven elkander. Het in de bergen indrin-
gende en afloopende regenwater moet zich nu tusschen twee klei-
lagen verzamelen cn zal, even als in eene buis in de hoogte
Fig. 132.
stijgen, daar het zich niet zijdelings noch benedenwaarts uitbrei-
den kan. Boort n^en in zulke streken op eene dieper gelegene
plaats eene opening tot onder de bovenste aardlaag, zoo wordt
daardoor het water boven de oppervlakte van het land in de
hoogte gedreven en er ontstaat eene natuurlijke springbron, die
nog hooger springt, wanneer men de opening tot beneden dc
tweede laag verlengt. Den naam van Artesische bronnen hebben
deze springbronnen van het graafschap Artois in Frankrijk verkre-
gen, waar de bodem zoo gunstig ia, dat men bijna bij iedere
proef zulk eene bron aantreft.
Froef. In ccn Altruin brenge men 1 lood droog kleipoedcr