Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
ii-l Ligte metalen.
staaQe om. Er ontstaat langzamerhand een kristaUijn nederslag
(phosphorznre ammonia-magnesia), dat zich het eerst op die
plaatsen afzet, waar men bij het omroeren het glas met het
staafje aangeraakt heeft. Op deze wijze laat zich de magnesia
het best onderkennen.
OVEBZIGT DEB ALKALISCHE AASDEN,
(kalk-, baryt-, strontiaan- en talkaarde).
1) De metalen der alkalische aarden hebben, even als de me-
talen der alkaliën, zeer groote affiniteit tot zuurstof, en hunne
afzondering is dus zeer moeijelijk.
2) De oxyden dezer metalen heeten alkalische aarden ; aarden,
omdat zij moeijelijk oplosbaar zijn , alkalisch, omdat zij basisch
reageren. (De alkaliën zijn gemakkelijk oplosbaar.)
3) De alkalische aarden zijn, na de alkaliën, de sterkste bases.
4) De alkalische aarden werken bijtend , maar veel minder dan
de alkaliën; van daar de naam bijtende kalk en bijtende baryt.
5) Zij trekken insgelijks begeerig koolzuur uit de lucht aan.
6) De koolzure alkalische aarden zijn geheel onoplosbaar in
water (de alkaliën gemakkelijk oplosbaar).
7) De koolzure alkalische aarden verliezen door gloeijing het
koolzuur (de alkaliën niet).
8) De alkalische aarden geven met vetten onoplosbare zeepen
(de alkaliën oplosbare).
m. METALEK DER ^VARDE.
ALUMINIUM (Al).
Aeq. gew. = 171 (Metaal der aluin- of kleiaarde) — Spec. gew. = 62,5.
Klei en leem.
252. Ieder kent de verhouding der gewone pottebakkersaarde
en van de leem tot water; beide aardsoorten geven, wanneer zij
met water tezamen gekneed worden, een te zamen hangend deeg,
waaruit zich figuren van allerlei aard laten vormen: zij zijn plas-
tisch. Kalk en zand op dezelfde wijze behandeld, hangen niet
te zamen, zij blijven korrelig. De leem onderscheidt zich slechts