Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
ii-l Ligte metalen.
dient tot het rood kleuren der wijngeest vlnm , daar dit zout iu
wijngeest oplosbaar is.
MAGXESIÜM (Mg).
Aiq. gew, ~ 15S (Metaal der lalkïaiile). — Spec. gew. — p.
Bitterzout of zwavelzure magnesia (MgO,SO,-|-7MO).
219. Een stukje van eenen serpentijnmortier wordt in een
papier gewikkeld, met eenen hamer stuk geklopt, dan in een'
ijzeren mortier fijn gewreven en 1 lood daarvan in een poree-
leinen schaaltje met engelsch zwavelzuur tot eene brij aangeroerd,
welke men eenige dagen op eene warme plaats laat staan. Daarna
roert men er voorzigtig 3 lood water bij , laat liet mengsel nog
rcnige dagen staan, en giet er eindelijk de heldere warme vloei-
stof af. Zij is groenachtig door het opgeloste ijzeroxydule en
wordt, kokend heet, droppelsgewijze met salpeterzuur vermengd,
totdat de vloeistof eene gele kleur aangenomen heeft; het ijzer-
oxydule wordt daarbij in oxyde veranderd. Tot het kristallisa-
tiepunt afgedampt., zetten er zich kristallen uit af, die men nog
eens in heet water oplost en omkristalliseert. In de moederloog
blijft zwavelzuur ijzeroxyde, hetwelk moeijelijk tot kristallisatie te
brengen is. De kristallen smaken bitter, en hebben daardoor
den naam van bitterzout verkregen. Hunne bestanddeelen zijn
zwavelzuur en eene basis, die magnesia (MgO) genaamd Avordt,
of ook bitteraarde, daar alle hare oplosbare zouten bitter sma-
ken. In den serpentijnsteen is deze basis met kiezelzuur verbon-
den , het zwavelzuur verjaagt het laatste en verbindt zich met
de basis tot een oplosbaar zout, terwijl de kiezelaarde onopgelost
terug blijft. Wij vinden ook kiezelzure magnesia iu andere stee-
nen , b. V. in het meerschuim , speksteen, talk, pluimaluin, de
hoornblende, in vele glimmersoorten, enz. Al deze steenen zijn
glad en vettig op het gevoel en heeten talkstcenen. Yan hier
heeft de magnesia den derden naam van talkaarde verkregen.
Op vele plaatsen b. v. te Saidschütz iu Bohemen, komen bron-
nen voor, waarin bitterzout opgelost is; zij worden dikwijls als
geneesmiddel gebruikt (bitterwater). Dampt men ze af, zoo be-
komt men er ook bitterzout uit. Het bitterzout is een der meest
bekende laxeermiddelen (Engelsch zout) en wordt in de genees-
kunde veel aangewend. Gewoonlijk krijgen wij het in den handel
niet in gelvecle kristallen , manr iu den vorm van kleine zout-