Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
226 JAgte mtalen,
dimd heeft, werpe men zoo lang stukjes krijt, als zij zich nog
onder opbruising oplossen; de gefiltreerde oplossing wordt ver-
dampt , tot zij de dikte van stroop heeft, en men verkrijgt alsdan
bij het bekoelen groote, spitse kristallen, die, door er vloeipa-
pier op te drukken, snel gedroogd en goed afgesloten bewaard
moeten worden, daar zij anders zeer spoedig vervloeijen. Men
kan dit zout 's winter gebruiken, om kwikzilver te doen bevrie-
zen. Hiertoe plaatst men het in een' mortier eenen nacht op
eene koude plaats, wrijft het dan fijn en mengt het in den mortier
met sneeuw: kwikzilver in een dun glazen buisje in dit mengsel
gebragt, zal vast worden, en een wijngeestthermometer daarin
tot op —40® vallen. Sneeuw en chloorealcium vervloeijen ; uit
twee vaste ligehamen ontstaat eene vloeistof, en bij dezen over-
gang moet natuurlijk veel vrije warmte schuilend worden.
De kristallen bevatten de helft aan hun gewigt kristalwater;
verhit men ze, zoo ontwijkt het water en men verkrijgt bij voort-
gezette verhitting gesmolten chloorealcium, een der meest hygros-
copische zouten, hetwelk zeer geschikt is, om uit gewonen wijn-
geest absoluten alcohol te maken en om gassoorten te droogen. Hier-
pjj^ ^^^ ^^^
stukjes en vult daar-
mede eene wijde glazen
buis, welke door middel
van kurken met twee
naauwe buizen veree-
nigd is, door welke het gas er in en nit stroomt; het chloorcalcium ont-
trekt er, terwijl het er door strijkt, allen waterdamp aan. Als neven-
product verkrijgt men chloorcalcium bij de bereiding van salmiak-
geest (230). Dat het een (ofschoon onwerkzaam) bestanddeel van
den bekenden chloorkalk uitmaakt, hebben wij reeds in 244 gezien.
247. Fluorcalcium (CaEl) komt onder den naam van vloei-
spaath, dikwijls in fraaije teerlingen gekristalliseerd, als een ge-
woon mineraal in de natuur voor. Het smelt in de hitte (van
daar de naam) en geeft met zwavelzuur vloeispaathzuur (190).
BABIÜM KN STROKTTUM (Ba en Sr).
(Zwaaraardemetaal — Strontiaanmetaal.)
248. Deze beide metalen hebben in eigenschappen en verbin-
dingen eene zoo groote overeenkomst met het calcium , dat men