Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Calciim. 225
opgegevene overeen, behalve dat men in plaats van kalkmelk,
geblusehten kalk neemt, dien men in kamers op platen uitspreidt;
deze neemt het ehloor even goed op , als de kalkmelk. Men ver-
krijgt den ehloorkalk dan als een korrelig poeder, dat aan de
lueht vochtig wordt, en naar chloor riekt. Met water overgoten.
geeft het dezelfde zoo even beschrevene vloeistof.
215. a) Proef. Men legge een stukje bont katoen in deze
oplossing; zijn er plantenkleuren bij, zoo worden deze, hoewel
zeer langzaam, gebleekt.
b) Proef. Men ga even zoo te werk, maar voege er tevens
eenige droppels verdund zoutzuur of zwavelzuur bij : de bleeking
zal onmiddelijk plaats hebben, onder ontwikkeling van eenen ster-
ken reuk naar chloor. De zuren verdrijven het zwakke onder-
clilorigzuur, hetwelk in chloor en zuurstof vervalt. Laat men de
stof langen tijd inde ehloorkalkoplossing liggen, zoo worden ook
de plantenvezels door het chloor ontleed en verliezen hare vastheid.
c) Proef. Bij een deel der oplossing droppelt men indigo-
tinctuur ; de indigo wordt oogenblikkelijk ontleed en de blaauwe
kleur in geel veranderd. Voegt men er zooveel bij, dat de laatste
droppel blaauw blijft cn kent men de verbruikte hoeveelheid
indigo, zoo kan men daarnaar de sterkte van verschillende chloor-
kalkoplossingen bepalen, want hoe meer onderchlorigzuur in
den chloorkalk aanwezig is, des te meer indigo zal hij kunnen
ontkleuren.
d) Even als het vrije ehloor, zoo verdrijft ook de chloorkalk
den onaangenamen reuk op plaatsen, waar organische stoffen ver-
rotten. Mesthoopen geven geenen reuk van zich , wanneer men
ze met chloorkalk bestrooit, muffe kelders worden weder zuiver
door ze met in water aangeroerden chloorkalk te witten. Bij alle
deze ontledingen verbindt zich het chloor steeds met de waterstof
der kleurende of riekende stof.
Leidt men chloor, in plaats van in kalkmelk, in eene oplos-
sing van koolzure soda, zoo verkrijgt men een mengsel van
onderehlorigzure soda en chloorsodium eveneens eene bleekende
vloeistof, die onder den naam van Eau de Javelle bekend is.
Om de stoffen , die met deze bleekmiddelen gebleekt zijn, van
de laatste sporen ehloor te ontdoen, kan men insgelijks het
antichloor (225) bezigen.
ehloorealcium of zoutzure kalk (CaCl of CaO.HCl).
246. Proef. In zoutzuur , dat men met de helft water ver-
15