Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
VHzdtwij en thermomeler.
15
warmte te meten. Dit gesehiedt door bijzondere werktuigen, die
lliermometers of warmtemeters lieeten.
17. Men zou de uitzetting van het water in de beschrevene
proef gemakkelijk tot het meten van de warmte kunnen aanwen-
den, wanneer de plaats van de glazen buis, tot welke het water
bij het koken gestegen is, zoo ook die plaats, tot welke het bij het
afkoelen in sneeuw daalt, aanteekende en deze ruimte in graden
verdeelde. Doch veel doelmatiger maakt men in de plaats van wa-
ter, van kwikzilver gebruik, daar dit moeijelijker kookten moeije-
lijker bevriest, bovendien spoediger warm en weder koud wordt, en
alzoo de warmte-veranderingen spoediger aangeeft. De buis, waarin
het kwikzilver gedaan wordt, kan men eveneens beschouwen als
uit een fleschje en eene glazen buis te bestaan, die echter, in
plaats van door eene kurk verbonden te zijn, aan elkander ge-
smolten zijn. Nadat deze tot eene zekere hoogte met kwik gevuld
en boven toegesmolten is, dompelt men haar in smeltende sneeuw
en merkt het punt, tot waar het k^'ik zinkt, met den naam van
vriespunt; het kookpunt is daar, tot waar liet kwik iu kokeud
water rijst. De afstand tusschen deze beide punten laat zich nu
uaar willekeur in deelen of graden verdeden, welke te zamen de
schaal uitmaken; de graden onder het vriespunt worden even groot
genomen, als die boven hetzelve. Ongelukkigerwijze zijn er in
plaats van eene enkele schaal meerdere in gebruik gekomen. De meest
bekende daarvan zijn de drie volgende: de SOdeelige van reaü-
MUR (K.), de lOOdeelige of cente-
simaalschaal van CELsius (C.) cn de
ISOdeelige van fahrekheit(F.). liet
verschil derzelve kan men uit de ne-
vensgaande figuren gemakkelijk zien.
Volgens de schaal van E. bevriest
het water bij O® en kookt bij 80*>; vol-
gens die van C. bevriest het water
bij en kookt bij 100°; en vol-
gens die van F. bevriest het water
bij -V 32® en kookt bij 212".
Fahkenheit, een cngelseh na-
tuurkundige , begon zijne graden,
zonderling genoeg , niet bij höt vries-
punt te tellen, maar 32*^ daaronder.
Deze schaal is nog algemeen iu En^