Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Calcium. '221
een mengsel^an kalihydraat en koolzuren kalk, hetwelk eene
grootere vasuieid heeft dan beide stoffen afzonderlijk; 3) aan de
oppervlakte van het zand vormt zich langzamerhand eene chemi-
sehe verbinding van het kiezelzuur met den kalk , beide vergroeijen
als het ware te zamen: hierdoor vooral verklaait zich dc groote
vastlieid der mortel in oude gebouwen. Wanneer onze muren
honderd jaar oud zijn, zoo zal de mortel zonder twijfel nog
dezelfde vastheid hebben, zoo men namelijk goed kwartszand en
niet, zoo als dikwijls geschiedt, met leem en glimmer vermengd
zand bezigde. Het zand vermindert daarenboven het uitdroegen
en zamentrekken van den kalk. Kalkbrij zonder zand droogt tot
eene spoedig barstende massa op , hetwelk door vermenging met
zand verhinderd wordt. Oude mortel bestaat derhalve uit kalk-
hydraat, koolzuren kalk, kiezelzuren kalken kiezelaarde (zand.)
Kalksteenen die veel vreemde inmengselen bevatten , bepaalde-
lijk bitteraarde en ijzeroxyde , geven bij branding een kalk, die
zich bij het blusschen weinig verhit en een niet sterk bindend
deeg geeft. Men noemt dezen mageren kalk , in tegenstelling
van den vetten kalk, die uit zuiverder kalksteenen bereid
wordt cn de laatstgenoemde eigenschappen in veel hoogere mate
bezit.
Brandt men eenen kalksteen, waarin klei bevat is , of een innig
mengsel van krijt met ^ klei, zoo verkrijgt men kalk, die met
water cn zand een mortel geeft, welke, even als gips, snel
vast cn onder water zoo hard als steen wordt; men noemt dit
watermortel of hydrauliselien kalk. Het is een voortrclTelijk voeg-
middcl voor de steenen aan bruggen cn andere waterwerken.
Klei is kiczelzure aluinaarde , de hydraulische kalk is derhalve
een innig mengsel van gebranden kalk met kiczelzure aluiuaarde.
240. Verdere proeven met kalk.
Proef. Men wikkele een stukje gebranden kalk in papier of in
een linnen lapje cn legge het eenige weken ter zijde; het pamer
of het linnen zullen na dezen tijd zoo broos zijn geworden, dat
men ze met het grootste gemak uit elkander trekken kan: de
kalk heeft ze, zoo als men gewoonlijk zegt, uitgebeten. Gebrande
kalk werkt derhalve , even als potaseh en soda, bijtenil op orga-
nisclie stoffen en wordt uit dien hoofde dikwerf bijtende kalk ge-
noemd. Wrijft men kalkbrij tusschen de vingers, zoo kan men
zijne bijtende werking op de huid gemakkelijk door het gevoel
bomcrken. In de leerlooijprijen legt men de huiden in kalkmelk ,