Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
ii-l Ligte metalen.
ondersclieideue openingen zijn aangebragt, ten einde de lucht toe-
gang tot het vuur te vcrschafïen. Deze ovens worden met afwis-
selende lagen van schelpen en turf gevuld, en dan van onderen
aangestoken.
De gebrande kalk heeft twee sterke verwantschappen, namelijk
tot water en koolzuur. Laat men hem aan de lucht liggen, zoo
trekt hij eerst water aan (bluscht zich zeiven) , later ook kool-
zuur , en bruist dan weder met zuren op. Over het snelle blus-
sehen van den kalk door besprenkeling met water en over de
daarbij plaats hebbende verhitting is reeds vroeger (33) gespro-
ken. 3 pond kalk binden 1 pond water en geven een stuivig
poeder van kalkhydraat (CaO-fHO) of gebluschten kalk. Met
water aangeroerd noemt men het k alkbrij, met meer water kalk-
melk , met 600 deelen water wordt het eene werkelijke, heldere
oplossing, kalkwater. Kokend water lost slechts half zoo veel
op als koud, derhalve een dergelijk geval als bij het glauberzout.
Verzadigd kalkwater moet dus bij verhitting troebel worden, maar
bij bekoeling den afgescheiden kalk wederom oplossen. Wegens
de groote aihnitcit van gebrauden kalk tot water kan men hem
aanwenden, om vochtige vertrekken te droogen en om uit gewo-
nen wijngeest watervrijen of absoluten alcohol daar te stellen.
Dat de gebluschte kalk zich gaarne met koolzuur verbindt, is
reeds meermalen bewezen, b. v. bij de verbrandingsproeven en
bij de bereiding van bijtende potaseh en soda. Men heeft daarin
dus een goed middel om lucht, die veel koolzuur bevat, te rei-
nigen, b. v. in oude kelders, putten en bergwerken, of in kel-
ders, waar zich gistende vloeistoffen, wijn, bier of brandewijn
bevinden. Ook het ruwe verlichtingsgas bevrijdt men door mid-
del van kalkmelk van. koolzuur en te gelijk van zwavelwater-
stofgas. Wij gebruiken algemeen kalkmelk tot het witten onzer
muren: de witte laag bestaat dan na het opdroegen niet meer
uit kalkhydraat, maar uit koolzuren kalk.
239. Stukken hout worden met lijm aan elkander gehecht,
steenen met kalk, waarbij men een weinig zand gevoegd heeft,
met mortel. Dit is de gewigtigste aanwending van den kalk.
Een mengsel van kalkbrij en zand wordt aan de lueht langzamer-
hand steenachtig, van daar den naam luehtmortel. Het hard
worden moet men aan drie oorzaken toeschrijven: 1) het water
verdampt en het kalkhydraat blijft als eene zamenhangenden
massa over; 2) de kalk trekt koolzuur aan en er vormt zich