Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
Jfuter en warmte.
Door den brandenden spiritus of wijngeest wordt eerst de bodem
van het kolfje, door dezen het water verwarmd. De warmte zet
het water nit, het warme water neemt bij gevolg eene grootere
ruimte in dan het koude, een deel daarvan moet er uitvloeijen.
Hieruit volgt, dat het warme water ligter moet zijn dan het koude;
eene N. kan koud water weegt 1 N. pond, eene kan kokend heet
echter ongeveer 5 N. lood minder.
Zoo als dit met het water het geval is, zoo is het ook met
alle overige vloeistoffen, ja ook met de vaste en luchtvormige
ligchamen; men kan het derhalve voor eene natuurwet houden :
dat de ligchamen door de warmte uitgezet^ door onttrekkirig tan
warmte zamengetrokken worden. Deze uitzetting is echter zeer ver-
schillend: vele ligchamen zetten zich bij gelijke verwarming sterker
uit, andere minder, de wijngeest b. v, maal sterker, het kwik-
zilver maal minder dan water. Bij de vloeistoffen, welke volgens
de maat verkocht worden , kan deze werking der warmte dikwijls
huisiioudelijk van belang zijn, want wanneer men b. v. 100 maten
brandewijn of spiritus bij eene sterke hitte inkoopt, en bij sterke
winterkoude weder verkoopt, zal men 4—5 maten daarop verlie-
zen, maar ook even zoo veel winnen, wanneer de inkoop des
winters, de verkoop des zomers geschiedt.
16. Troef. Om de uitzetting van het water door de warmte
Tig. 4. duidelijker te kunnen waarnemen, past men op een
kolfje eene kurk, die men vooraf met een stuk hout
zoolang zacht geklopt heeft, tot zij week geworden is ,
zoodat zij gemakkelijk in de opening van het kolfje en
overal naauwkeurig tegen het glas sluit; men doorboort
de kurk in het midden met eene ronde vijl, tot dat in
de zoo veel mogelijk ronde opening een glazen buis met
eenige moeite kan gesehoven worden. Deze buis mag
niet onder de kurk uitsteken. Nu vult men het kolfje
zoo ver met water, dat dit, wanneer de kurk er vast
in zit, in de buis omstreeks tot a staat en verwarmt
het, zoo als in de vorige proef. Het water, dat bij dc
vorige proef door de kracht der warmte uit het kolfje
werd gedrongen, wordt hier in de buis in de hoogte gedreven
en zal des te hooger stijgen hoe naauwer de buis is. Men kan
op deze wijze zelfs zeer kleine ruimteveranderingcu nog voor het
oog zigtbaar maken en deze veranderingen doen dienen, om de
hoegrootheid der warmte te bepalen of, wat lietzclfdc is, de