Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
210
IJyte meh'hii.
In de ammonia zijn altijd 3 aeq. waterstof met 1 aeq. stikstof
verbonden, hare formule is dus NII,. Uit 3 maten waterstof en
1 maat stikstof ontstaan echter geen 4 maten ammoniagas , maar
slechts 2 maten; het ammoniagas neemt derhalve slechts eene half
zoo groote ruimte in, als zijne bestauddeelen voor hunne vereeni-
ging innamen: bij deze chemische verbinding heeft dus eene ver-
digting op ^ plaats, terwijl deze bij de vorming van water uit
zijne bestauddeelen * bedraagt (8ß).
229. Ammonia door drooge destillatie. Ammonia wordt ook
gevormd, wanneer dierlijke stoffen bij afsluiting der lucht verhit
worden. In deze stoffen zijn waterstof cn stikstof voorhanden,
die zich op het oogenblik, dat zij door de warmte in vrijheid
gesteld worden, tot ammonia verecnigen.
Proef. 2 lood beenderen worden tot grof poeder gebragt en
in een kolfje zoo lang verhit, als er nog vlugtige deelen uit ont-
rig. 122.
wijken. Met het
kolfje verbindt men
door middel van eene
gebogene glazen buis
eene flesch met eenen
wijden hals, die eene
vingerbreedte hoog
met water gevuld is
en tot betere afkoe-
ling in eene schaal
met water geplaatst
wordt. Het uiteinde
der glazen buis moet
even onder de oppervlakte van het water geplaatst zijn. In de
kurk van de flesch steekt men nog eene aan beide zijden opene
buis, waardoor de gassoorten, die door het water niet opgelost
worden, ontwijken kunnen. Zij rieken zeer onaangenaam, maar
de reuk verdwijnt, wanneer men ze aansteekt; zij branden dan
met eene lichtgevende vlam, even als het steenkolengas, tot
hetwelk zij ook in zamenstelling zeer naderen. In de flesch zet
zich eene bruinzwarte teer af, die onder den naam van brandige
olie van dippel bekend is : deze wordt, na het einde der drooge
destillatie, door filtrering door een vooraf met water bevochtigd
filtrum van de waterige vloeistof gescheiden. De doorgeloopen
vloeistof houdt nog wat brandige olie opgelost en heeft daarvan