Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Soditm, 207
wateroplosbaar, en heet dan waterglas. De oplossing van het-
zelve kan als een vuurbestendig vernis voorhout, lijnwaad, enz.
gebruikt worden. Met meer zand verkrijgt men een glas (zure
kiezelzure potaseh of soda), dat slechts zeer moeijelijk in water
oplosbaar is.
Geheel onoplosbaar, niet alleen in water maar ook in zuren
wordt het glas slechts dan, wanneer men er, behalve potasch of
®oda, nog eene andere basis, b. v. kalk of loodoxyde bij voegt.
Zoo maakt men het gewone glas in de glasblazerijen.
De materialen, die hoofdzakelijk ter vervaardiging van glas aan-
gewend worden, zijn a) kwarts, vuursteen of zand, b) koolzure
potasch of houtasch, c) koolzure soda of glauberzout, d) kalk of
krijt, e) loodglit of menie. Deze stoffen worden fijn gemalen,
onder elkander gemengd, in aarden potten geschud en in eenen
oven zoo lang verhit, tot dat de massa gelijkmatig vloeijend ge-
worden is, In dezen toestand laat zij zich als was uittrekken en
buigen, gieten en in vormen brengen, snijden en blazen, en op
deze wijzen tot alle mogelijke voorwerpen verarbeiden. Bij het
bekoelen wordt het glas broos en hard, en om deze broosheid
eenigzins te verminderen, moet men de glazen voorwerpen zeer
langzaam afkoelen. Zijn zij snel afgekoeld, zoo springen zij dik-
wijls reeds wanneer zij uit eene warme in eene koude kamer
gebragt worden; door zulke voorwerpen langzamerhand in eenen
ketel met water tot kokens toe te verhitten en zeer langzaam te
laten bekoelen, laat zich dit gebrek eenigermate verbeteren.
Tot het verwen en beschilderen van glas wendt men de in 225
opgegevene smeltkleuren aan. De melkwitte kleur, welke wij in
de zoogenoemde matte glazen der lampenballons en aan het email
der horologieplaten bemerken, wordt door fijn gemalen beende-
renaarde en tinoxyde voortgebragt, welke beide stoffen door de
glasmassa niet opgelost worden , maar zich slechts mechanisch met
het glas vermengen en het, even als krijt het water, ondoorzigtig
maken. Geslepen wordt het glas met zand en amaril, gepolijst
met ijzeroxyde entrippelaarde, geëtst door vloeispaathzuur, door-
boord op eene zeer gemakkelijke wijze met eene gebrokene ronde
vijl of met eene drilboor, die men herhaaldelijk met terpentijn-
olie bevochtigt.
Dc twee hoofdsoorten van glas zijn :
a) Kroon- of boheemsch glas, bestaande uit potasch (soda)
kalk en kiezelaarde.