Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
ii-l Ligte metalen.
zwavcl bestaat, eu te gelijker tijd bespeurt men den kenmer-
kenden reuk van zwaveligzuur, dat uitgedreven wordt. liet zout-
zuur verdrijft het onderzwaveligzuur uit zijne verbinding met de
soda, maar dit zuur kan in vrijen toestand niet bestaan, zonder
ontleed te worden. Daarbij scheidt het zich in zwavel, die ne-
dervalt, en in zwaveligzuur, dat gasvormig ontwijkt. S,O^ ver-
valt in S en SO,.
Froef. Bij eene verdunde zilveroplossing giete men een weinig
van eene oplossing van jodpotassium; er vormt zieh een wit neder-
slag, dat uit eene verbinding van jodium en zilver bestaat. Dit
ncderslag is volkomen onoplosbaar in water , maar het verdwijnt
©ogenblikkelijk , wanneer men er eene oplossing van onderzwave-
ligzure soda bijvoegt. Op deze eigenschap , die van groot belang
is voor de Daguerrotypie, komen wij later terug , wanneer de
zilverzouten nader besproken zullen worden.
De onderzwaveligzure soda is het antichloor, waarvan bij het
blccken met chloor in 152 gesproken is.
Proeft. In twee glaasjes brenge men eenig chloorwater en voege
bij het eene eeue oplossing van onderzwaveligzure soda en daarna
bij beide eenige droppels inkt. Men zal waarnemen dat het slechts
in het glaasje, waarin het onvermengde chloorwater bevat was,
ontkleuring plaats grijpt; in het andere volstrekt niet, zoo dat
de onderzwaveligzure soda aan het chloor zijn ontkleurend
vermogen heeft ontnomen, en het tevens onschadelijk heeft ge-
maakt. Hierop berust de aanwending van dit zout als middel,
om bij het bleeken met chloor de laatste sporen van dit gas te
ontnemen, die anders na verloop van eenigen tijd ongetwijfeld
de stoffen zouden bederven.
Glas. (Kiezelzuur, verbonden met bases).
226. Gelijk het boriumzuur met de soda eene verbinding aan-
gaat, die in hitte glasachtig wordt, zoo geeft ook het zeer naar
het boriumzuur gelijkende kiezelzuur (kiezelaarde) met soda, en
ook met andere bases, potaseh, kalk, lood-, ijzeroxyde, enz.
glasachtige (amorphe) verbindingen. Wat wij glas, glazuur , email 'l
en slakken noemen, behoort hiertoe.
Proef Men smelte een weinig koolzure potaseh of soda op
ecu platinadraad voor de blaasbuis cn voege er dan een weinig
fijn gewreven zand bij; er heeft opbruising plaats en er vormt
zich. eene parel. Heeft men een weinig zand gebruikt, zoo is het
gevormde glas (basische kiczelzure potaseh of -soda) in kokend