Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
204
L 'igle iMtaleu.
verschoven teerling (rhomboëder), dit is salpeterzure soda (soda-
Fig. 120. ^ salpeter). Op gloeijende kolen ontploiFen zij even
als potasehsalpeter, slechts een weinig langzamer,
en hebben voor het overige de grootere overeen-
komst met laatst genoemd zout. Groote lagen
daarvan vindt men,in Amerika in den grond en
wij bekomen er gansehe scheepsladingen van onder den naam van
Chni-salpeter en gebruiken ze, in plaats van de duurdere pot-
asehsalpeter , ter bereiding van salpeterzuur en andere salpeterzure
zouten. Het deugt echter niet tot de bereiding van buskruid,
dewijl het daaruit vervaardigde kruid vochtig wordt en langzaam
ontploft.
Boriumzure soda (NaO,2BO,-f-10HO).
225. De harde , kleurlooze, meest wit bestoven kristallen, die
in het gewone leven den naam van borax voeren, bestaan uit
soda en boriumzuur. Het boriumzuur is op den natten weg een
zeer zwak zuur, weshalve het, even als het koolzuur, de basische
eigenschappen der soda niet geheel wegnemen kan , en de borax
dus loogachtig smaakt en rood reageerpapier blaauw kleurt. Bijna
de helft van het gewigt der boraxkristallen bestaat uit kristal-
water.
Troef. Men verhitte eeu weinig boraxpoeder op platinadiaad
voor de blaasbuis; het zwelt op door den damp van het ontwij-
kende kristalwater en wordt eene zachte, zwamachtige massa, die
bij voortgezette verhitting tot eene doorschijnende glasparel te
zamen smelt. Men bevochtige deze, na bekoeling, met de tong,
drukke ze op loodglit, zoodat er een weinig aan hangen blijft
en houde haar weder in het buitenste gedeelte van de blaasbuis-
vlam. Het loodoxyde wordt opgelost, de parel blijft kleurloos
cn doorschijnend. Beproeft men hetzelfde met andere metaal-
oxydcn, zoo zal men eveneens oplossing der oxyden, maar dik-
wijls te gelijk eene kleuring van de parel bemerken , namelijk
een geelroode door ijzeroxyde en antimoniumoxyde , eene groene
door koper- en ehromiumoxyde, eene blaauwe door kobaltoxyde,
eene violette door weinig bruinsteen, eene bruinzwarte door veel
bruinsteen , enz. Even als hier, zoo veihouden zieh deze oxyden
ook, wanneer zij op gewoon glas of op aardewerk gestreken en
tot het smeltpunt verhit worden. Men noemt ze derhalve smelt-
of glas- en porceleinkleuren (boriumzure of kiezelzure metaal-
oxyden).
Ha