Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Aluminium.
199
kookpunt j maar bij eene lagere temperatuur het meest oplosbaar
in water te zijn.
Froef. Wanneer men op eene warm verzadigde oplossing van
Tig. 116.
zwavelzure soda een dun laagje olie giet
en de vloeistof rustig en zonder haar te
bewegen laat bekoelen, dan zetten er zich
geene kristallen' uit af, niettegenstaande
water van de gewone temperatuur veel
minder zout opgelost kan houden, dan
heet water. Dompelt men eehter een
ijzerdraat of eenig ander puntig ligehaam
in de oplossing, zoo schieten terstond
daar om heen en verder in alle rigtin-
gen kristallen aan. Daarbij wordt veel
warmte vrij, die men met den thermo-
meter kan waarnemen.
Froef. Lost men- gekristalliseerd glauberzout in water op, zoo
ontstaat er koude; wendt men echter verweerd glauberzout aan,
zoo ontstaat er warmte. Hetzelfde zal men bemerken, wanneer
men de proef met koolzure soda herhaalt, en wel eens met ge-
kristalliseerd en eens met gecalcineerd zout. Van waar komt deze
warmte? Zij komt van het water, daar een deel van hetzelve
zich, als kristalwater, met het watervrije glauberzout , of de wa-
tervrije koolzure soda verbindt. Het is dus een dergelijk verschijn-
sel als bij het blussehen van den kalk (33).
Nog meer koude verkrijgt men door gekristalliseerd glauber-
zout met zoutzuur te vermengen,
den daalt daarin de temperatuur
Tig. 107.
Onder gunstige omstandighe-
tot 14 a 16° (C.) onder het
vriespunt. Een zoodanig meng-
sel kan men des zomers ge-
bruiken om ijs te maken.
Zwavelsodium (NaS).
219. Froef. Men menge
een weinig watervrij glauber-
zout met even zooveel kool-
poeder en verhitte dit mengsel
op kool voor de blaasbuis ; het
smelt onder sterke'opbruising
tot eene bruine massa te za-
men, die zich in water met