Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
19f)
Ligte mei (den.
der verdreven. Op andere plaatsen vindt men bronnen, die keu-
kenzout in oplossing bevatten, zo<^enaamde iiatuurlijke zoutbron-
nen. Deze ontstaan altijd daardoor, dat het in de aarde in-
dringende water, hetwelk zieh op eene diepere plaats tot eene
bron verzamelt, onderweg over eene steenzoutlaag heen loopt.
Daar de natuurlijke zoutbronnen gewoonlijk veel meer water
bevatten, dan tot oplossing van het zout noodig is, zoo zoekt
men het eerst op eene meer voordeelige wijze , dan door vuur,
te verwijderen, namelijk door het in de lueht te laten verdam-
pen. Men pompt het zoutwater hiertoe op eenen hoogen, met
doornstruiken belegden toestel (gradeermaehine) en laat het van
daar droppelsgewijze over de doornen heen loopen. Het breidt
zieh over de takken uit en biedt aldus aan den doorheen spe-
lenden wind eene zeer groote oppervlakte aan, waardoor eene
sneUe verdamping bewerkt wordt. Het water van aUe natuur-
lijke zoutbronnen houdt gips opgelost; dit zondert zieh het eerstaf,
daar het moeijelijk oplosbaar is , en overtrekt de takken met eene
steenachtige korst. Is het grootste gedeelte van het water ver-
dampt , zoo verkookt men de geconcentreerde oplossing, onder
voortdurend omroeren, in groote pannen verder, neemt het
afgescheiden kruimelige keukenzout er uit en droogt het. Ge-
durende het afdampen zet zich op den bodem van de pan eene
vaste zoutkorst af, die hoofdzakelijk uit Glauberzout en gips be-
staat , en tot bereiding van het eerste gebruikt wordt. Eindelijk
houdt men eene dikke vloeistof over, de zoogenaamde moeder-
loog, waaruit zich geen keukenzout meer afscheidt; zij bevat de in
de bron voorhandene, zeer gemakkelijk oplosbare zouten, als zwa-
velzure soda, zwavelzure magnesia en bromiummagnesium en wordt
tot kunstmatige baden en ter bereiding van bromium gebruikt.
In warme landen bereidt men ook keukenzout uit zeewater,
dat men in vlakke vijvers door de warmte der zon laat uitdroo-
gen. Dit zout heet zeezout en heeft, daar het bitteraarde-zou-
ten bevat, eenen bitteren smaak. Een pond zeewater bevat on-
geveer 3 lood zout; aan de kusten en de monden der groote
rivieren is dit gehalte doorgaans echter lager.
In ons land wordt tegenwoordig het zeewater slechts gebruikt
om ruio zout (dat is het gewone klipzout of het door verdamping
bij zonnewarmte verkregen onzuivere zout) te raffineren, waarbij
men het in het zeewater bevatte zout tevens insgelijks gewint.
Dit raffineren bestaat daarin, dat men het ruwe zout in het zee-