Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
ii-l
Ligte metalen.
outstaau en de knollen zullen er niet meer op gedijen; hetzelfde
heeft plaats, wanneer men jaar in jaar nit ei-wten op een veld
teelt, daar deze eindelijk alle oplosbaren kalk nit den bodem op-
zuigen. Op den laatsten akker zullen echter nog wel knollen
groeijen, daar hij nog potaseh bevat; op den eersten nog erwten,
omdat daarin nog kalk voorhanden is. Hieruit verklaart zich
het nut van den in de landhuishoudkunde algemeen ingevoerden
wisselbouw op eene zeer eenvoudige wijze.
. SODIUM (Na).
(Aeq. gew. — 287 (Sodametaal). — Spec. gew. ~ 0,9)
214*. Terwijl de natuur ons van het potassiummetaal geene
Terbinding aanbiedt, waaruit wij onmiddelijk in het groot dit
metaal en zijne verschillende zouten kunnen bereiden , bezitten
wij in het welbekende keukenzout eene sodiumverbinding, die
in overvloed in de natuur voorkomt en waaruit men gemakke-
lijk de overige verbindingen van dit metaal kan vervaardigen.
Keukenzout, chloorsodium, of zoutzure soda (NaCl.)
215. Froef. In lood koud water werpe men 1 lood keu-
kenzout, bij het omroeren aal het zich geheel oplossen; men voege
er nog wat zout bij , er wordt niets meer opgelost. De proef
wordt nu met warm in plaats van met koud water herhaald, het
gevolg is geheel hetzelfde. Het keukenzout heeft de opmerkens-
waardige eigenschap van in kouden in heet water even oplosbaar
te zijn. Yan bijna alle andere zouten lost heet water meer op,
dan koud. Eene van deze oplossingen stelt men op eene warme
T'ig. 114. plaats; er vormen zich bij langzame verdamping
regelmatige, doorzigtige teerlingen van keuken-
zout , die zich regelmatig tot vierzijdige pyra-
miden aan elkander rijgen, zooals men aan het
welbekende kaaszout zien kan. De andere oplos-
sing wordt onder omroering snel verdampt, en
men bekomt alsdan een kruimelig, ondoorzigtig
zoutpoeder (gestoorde kristallen). De laatste wijze volgt men
gewoonlijk bij de bereiding van het zout in het groot en van
daar de kruimeligheid van het gewone keukenzout.
Froef. Stelt men eene oplossing van keukenzout aan sterke
winterkoude bloot, zoo ontstaan in dezelve doorzigtige , zuilvor-
mige kristallen, die meer dan ^ water bevatten. Op de hand