Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Potassium. 103
zamer -werkt het koolzuur der lueht eu hieruit verklaart het zich,
waarom de zwavellever vau zelf begint te rieken, wanneer men
haar aan de lucht laat liggen.
De zwavellever wordt hoofdzakelijk ter bereiding van zwavel-
baden gebruikt. Hoe men langs den natten weg een dergelijk
praeparaat bekomt , is 129 aangetoond.
Behalve de vermelde verbinding van het potassium met zwa-
vel, zijn er nog meer andere, deels met meer, deels met minder
zwavel. De eenvoudigste zwavelingstrap van het potassium ver-
krijgt men, wanneer men zwavelzure potaseh met kool gloeit;
de kool neemt de zuurstof zoowel van de potaseh als van het
zwavelzuur weg, en vormt daarmede kooloxyde gas, hetwelk
ontwijkt. Op gelijke wijze worden alle zwavelzure zouten, door
ze met kool te gloeijen, tot zwavelmetalen gereduceerd.
214. Potaschzouten als bemestingsmiddel. De potaschzouten
oefenen een zeer weldadigen invloed .op de vruchtbaarheid van
den bodem uit, namelijk voor zulke planten, in wier asch men
potaschzouten vindt, wanneer men ze verbrandt, b. v. voor den
wijnstok , aardappelen, knollen enz. Men kan zulke planten pot-
aschplanten noemen. Men weet nu, dat de planten zelfs in den
vetsten bodem niet gedijen, wanneer zij daarin tegelijk niet
zekere bases, (potaseh, kalk enz.) en zekere zuren (kiezelzuur,
phosphorzuur, zwavelzuur enz.) aantreffen. "Wil men weten,
welke zuren en bases, of, wat het zelfde is, welke zouten ze-
kere plant tot haren wasdom noodig heeft, dan behoeft men slechts
deze plant te verbranden en de overblijvende asch te onderzoe-
ken. De stoffen, die men daarin vindt, ofschoon hare hoeveel-
heid doorgaans zeer gering is, kan men als een noodzakelijk voe-
dingsmiddel voor deze plant aanzien. Ontbreekt er potaseh in
eenen akker, zoo gedijen daarop noch knollen , noeh druiven ;
ontbreekt er kalk, zoo brengt hij noeh klaver, noeh erwten
voort; door toevoeging van potaschzouten kan men zulk eenen
bodem dan weder in staat stellen, potasehplanfen voort te bren-
gen ; door toevoeging van kalk maakt men hem wederom vrucht-
baar voor kalkplanten. Hierop grondt zich de werking der zoo-
genaamde minerale bemestingsmiddelen, als kalk , gips, houtasch,
zout enz. op onze velden. Ook de gewone mest werkt gedeelte-
lijk op dezelfde wijze, daar zij rijk is aan phosphorzure zouten ,
vooral die van potaseh en kalk. Bouwt men onafgebroken knol-
len op eenen akker, zoo zal er eindelijk gebrek aan potaseh
13