Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
12 T)e elementen de/' Ouden.
ligchamen is deze cohaesie grooter dan bij de vloeibare; bij dc
luchtvormige is daarvan niets meer te bespeuren.
Onder de vaste ligchamen is het meest bekende en meest ver-
breide de aarde , onder de vloeibare het water, onder de lucht-
vormige dc gewone dampkringslucht; dit bragt reeds in vroege
tijden dc geleerden tot het vermoeden, dat alle vaste ligchamen
uit aarde , alle vloeibare uit water , alle luchtvormige uit lucht
ontstaan waren, en men noemde om deze reden die drie ligcha-
men elementen of grondstoffen. Als zoodanig kunnen zij wel is
waar in chemischen zin niet meer gelden, daarliet gelukt is , alle
drie in nog eenvoudiger ligchamen te verdeelen , doch wij kunnen
ze nog wel altijd als physische grondstoffen beschouwen, dat is,
als zinnebeelden voor de diie aggregatietoestanden der ligchamen.
13. Dc natimrhrachten op zich zelve kennen wij niet, want
zij zijn van een onstofFelijken, geestelijken aard, niettemin zijn
Avij van'haar aanwezen even zoo vast overtuigd, als van dc aan-
wezigheid van onzen geest in ons zeiven, dewijl wij de werkiu-
geu en verschijnselen kennen, die door hem worden voortgcbragt.
Ecu stuk ijzer in de hoogte geworpen, valt weder op dc aarde
neder ; wij schrijven dit verschijnsel aan de aantrekkingskracht
der aarde toe; in vochtige lucht roest het, het verbindt zich met
de zuiustof der lucht, dit is de werking eener chemische kracht.
De kracht der electrieiteit kan deze verbinding weder opheffen ; de
kracht van het magnetisme geeft het ijzer eene bepaalde rigting van
het noorden naar het zuiden; door den invloed van het licht wordt
het glanzend, wanneer het gepolijst is, warm, wanneer het eene
mwe oppervlakte heeft; door de kracht der warmte kan het ge-
smolten worden. Men neemt wel, zoo als hieruit blijkt, geheel
verschillende krachten aan, docli het is waarschijnlijk, dat allen
van eene gemeenschappelijke moederkracht afstammen, zoo als
wij ook de verschillende wijzen, waarop de geest des menschen
zieh kenbaar maakt, b. v. door den wil, het oordeel, de ver-
beelding enz., slechts van eenen eenigen geest afleiden.
Als een zinnebeeld voor deze krachten of geestelijke magten
kan het vierde element der ouden, het vuur , worden beschouwd.
Als scheikundig element heeft het geheel zijnebeteekenis verloren,
daar het meestal een door chemische processen te weeg gebragt ver-
sciiijnscl is, waarbij wij licht zien cn wannte voelen.