Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Potassiim. 185
Potassium (K).
205. Wordt aan de potaseh de zuurstof ontnomen, zoo blijft
er potassium over, hetwelk eene zoo groote neiging heeft, om
zieh weder met zuurstof te verbinden, dat het sleehts door over-
gieten met steenolie, eene vloeistof, die geene zuurstof bevat,
tegen de oxydatie beschut kan worden.
Om potassium te bereiden , verhit men gewone koolzure potaseh
met kool in eene ijzeren flesch, die met eene ijzeren buis voorzien
, is, tot hevige witgloeihitte.
Bij deze temperatuur verbindt
zich de kool met de zuurstof
'hvlugtfg" tot kooloxyde-
gas, hetwelk ontwijkt. Het
vrijgemaakte potassium gaat insgelijks tot damp over, dien men
in steenolic leidt, waarin hij zich tot eene vaste , naar lood ge-
lijkende massa verdigt.
Bij het koolzuur is aangetoond geworden,. dat potassium bij
zwakkere verhitting de zuurstof aan de kool kan onttrekken: bij
hoogere hitte geschiedt het tegendeel. Dergelijke verscheidenheden
komen niet zelden bij chemische proeven voor, zij toonen aan,
dat de onderlinge affiniteit der ligchamen door de temperatuur zeer
kan veranderd worden.
Proef. Men werpe een stukje potassium ter grootte van eene
erwt in een schoteltje met water : het drijft daarop en brandt
met eene helder violette vlam. Na de verbranding schijnt het ver-
dwenen, maar in der daad bevindt het zich in het water, echter
niet als potassium, maar als potaseh , gelijk men ligt met rood
lakmoespapier, hetwelk nu door het water blaauw gekleurd wordt,
onderzoeken kan. Het potassium heeft zich gedurende de verbran-
ding met de zuurstof van het water verbonden en hierbij ont-
stond eene zoo hevige verhitting, dat het tweede bestanddeel van
het water, het waterstofgas , ontvlamde.
Proef. Iu een reageerbuisje overgiete men een klein stukje
potassium met een weinig benzol (eene olieachtige brandbare vloei-
stof, die uit stcenkolenteer wordt verkregen) en brenge beide in
eene vlakke met water gevulde schaal. Het ontbrandende water-
stofgas doet nu de ligt brandbare benzol vlam vatten , die zieh als
eene vuurzee over het water verspreidt.
Snijdt men een stukje potassium door, zoo glinstert het als
lood, maar het bedekt zich terstond met een laagje oxyde en bij