Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Ca.0, HO HO

KO, CO
. Potassimn. 183
ontstaat daarbij nog opbriiising, zoo moet er nog kalk toegevoegd
worden. Heeft dit niet meer plaats, dan giet men alles in een
fleschje, sluit dit cn laat het eenige uren rustig staan, opdat
het bezinksel zich op den bodem afzette. De helder geworden
vloeistof wordt voorzigtig afgegoten en in eene goed gesloten
flesch bewaard; zij bestaat uit water, waarin potaschhydraat is
opgelost, cn heet bijtende potaschloog. Het koolzuur, dat eerst
met de potasch verhouden was, is gedurende het koken op den
kalk overgegaan, zoo als meu ligt uit het opbruisen zien kan,
wanneer men azijn of eenig
oplosbaar ander zuur op het kalkafzetscl
giet. Van den kalk is koolzure
onoplosl». kalk geworden, van de kool-
zure potasch potasch. De kool-
zure kalk is onoplosbaar cn valt als een wit poeder neder; de
potasch is oplosbaar en verbindt zich met het voorhandene water.
Het zoude nu schijnen, als of de kalk ecue sterkere basis ware
dan de potasch, daaï hij aan dc laatste het koolzuur ontnemen
kan, dit is echter niet zoo, want in andere gevallen is de potasch
sterker dan dc kalk.' Maar eene zwakkere basis kan aan eene veel .
sterkere altijd het zuur ontnemen , -wanneer zij daarmede een onop-
losbaar zout vormt. De kalk onttrekt derhalve het koolzuur aan
de potasch, niet omdat hij eene grootere aliinitcit tot het zuur
heeft, maar omdat hij met hetzelve een ono])losbaar ligehaam
(krijt) geeft. Op dezelfde wijze kan ook niet zelden een zwakker
zuur een sterker verdrijven.
Proef. Een deel der bijtende potaschloog wordt in een volko-
men blank ijzeren schaaltje (glas en porcelein worden er door
aangetast) verdampt; het water ontwijkt op 1 aeq. na, en ten
laatste blijft er eene witte zoutmassa , potaschhydraat, terug. Door
sterkere verhitting kan dit gesmolten en in pijpjes of op platen
gegoten worden (bijtende steen of gesmolten potaschhydraat).
Het potaschhydraat bestaat uit een metaal (potassium) cn zuur-
stof (166). Daarenboven bevat het altijd nog i van zijn gewigt
water, hetwelk zelfs door de sterkste gloeihitte niet kan verdre-
ven worden. Dit water is chemisch met dc potasch verbonden,
even als of het een zuur was. Het indifferente water kan zich
tegenover sterke bases als een zuur, tegenover sterke zureu als
eene basis verhouden (200).
204. Proeven met potaschliydraat.