Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Radikalen. Verzadigings-copaciteit. 177
dit is de reden, waarom men de plantenzuren ook zuren met
zamengestelde radikalen noemt, in tegenstelling van de minerale
zuren, die als zuren met een eenvoudig radikaal zijn te besehou-
wen, daar zij slechts een enkel element tot grondslag hebben.
Het eyanzuur en knalzuur moeten volgens deze classificatie tot de
zuren met zamengestelde radikalen gerekend worden, daar het
radikaal cyan uit C,N is zamengesteld.
Deze wijze van beschouwing wordt ook op de bases en zouten
toegepast. De metalen worden door zuurstof tot bases geoxydeerd,
zijn dus de grondslagen der bases, basesradikalen. IJzer is b. v.
het radikaal van ijzeroxyde en calcium het radikaal van den kalk.
Bij de zouten houdt men het oxyde of de basis voor den grond-
slag , het draagt den naam van zoutradikaal. IJzeroxydule is dus.
het radikaal van ijzervitriool, kalk dat van krijt enz.
200. Dat zuren door bases geneutraliseerd of, zoo als men
gewoonlijk zegt, verzadigd worden, is reeds door vele proeven
aangetoond, en deze proeven hebben te gelijk geleerd, dat alk
zuur bij de neutralisatie altijd slechts eene vast bepaalde hoeveel,
heid van de basis opneemt. Hoe groot deze hoeveelheid voor elk
zuur is, moet thans onderzocht worden.
Door naauwkeurige proeven heeft men bevonden, dat 100 lood
watervrij zwavelzuur juist 118 lood potaseh , of 70 lood kalk, of
90 lood ijzeroxydule , of 278 lood loodoxyde behoeven, om geneu-
traliseerd te worden. Verdere onderzoekingen voerden echter tot
de verrassende ontdekking , dat deze zoo ongelijke hoeveelheden
van de genoemde bases toch juist dezelfde hoeveelheden zuurstof
bevatten, namelijk 20 lood.
zwavelzuur: zuurstof j
100 lood neutraliseren 118 lood potaseh; deze bevatten 20 lood
100 „ . 70 kalk; // „ 20 „
100 « !, 90 // ijzeroxydule » 20 *
100 // 278 « loodo.xyde;// // 20 //
Het bleek eene wet te zijn voor het zwavelzuur: 100 lood SO,
behoeven tot verzadiging altijd eene hoeveelheid basis , die 20 lood
zuurstof bevat. Nu heeft men het getal 20 de verzadigingsvat-
baarheid of verzadigingscapacitcit van het zwavelzuur genoemd.
Op gelijke wijze heeft men ook de verhouding der bases tot
alle overige zuren onderzocht en hunne verzadigingseapiciteit be-
12