Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
182 'Zuren.
ter ware liet nog, het in het geheel niet te gebruiken, daar men
in het eau de Javelle een nog gemakkelijker aan te wenden mid-
del bezit, om vlekken te verdrijven.
AZiJNZüuu (HO,A).
198. De bekende azijn heeft zijne zure eigenschappen eveneens
aan een organisch zuur te danken. Het ontstaat dikwijls genoeg
tegen onzen wensch en zonder ons toedoen , wanneer zoete of
geestrijke vloeistoffen in de lucht blijven staan, b. v. stroopwater,
vruchtensap, wijn , bier enz. De suiker verandert allengs in wijn-
geest, doch uit den wijngeest ontstaat azijn, wanneer hij zich met
de zuurstof der lucht kan verbinden. Hoe dit geschiedt, kan eerst
later na de beschouwing van den suiker en den wijngeest ver-
klaard worden; hier zal alleen worden aangetoond, hoe men uit
den zwakken azijn sterk azijnzuur daarstelt.
Onze gewone azijn bevat in 1N. pond slechts 3—é,5 N. lood azijn-
zuur , het overige is water. Kookt men den azijn , zoo toont dc
zure reuk van den damp reeds aan, dat het azijnzuur vlugtig is;
men kan het dus uiet, als andere zuren, door verdamping ster-
ker maken , doch zulks is wel op de volgende wijze mogelijk.
Troef. Men voege bij een pond klenrloozen azijn 2—3 lood lood-
glit (loodoxyde) en late het mengsel in eeue kom onder gedurig
omroeren eenige uren op eene warme plaats staan. Dampt men
alsdan het vocht, dat door het staan helder geworden is, tot
op 5—6 lood af, en laat men het bekoelen, zoo ontstaan er
zuilvormige kristallen van azijnzuur loodoxyde. Men noemt dit
zout in het dagelijksehe leven loodsuiker, daar het zoet van smaak
is. Door het loodoxyde, zoo ook door andere bases, wordt het
azijnzuur zoo vast gebonden, dat het bij verdamping niet meer
of althans zeer weinig met de waterdampen ontwijkt.
Troef Op een stuk kool wordt een weinig loodsuiker gelegd, en
met deblaasbuis verhit. Het zout smelt eerstin zijn kristalwater,
wordt daarna bniin en verkoolt; het azijnzuur wordt daarbij ont-
leed , even als het wijnsteenzuur bij het verhitten van wijnsteen-
zure zouten. Is het volkomen verbrand , zoo houdt men op de
kool eenige bolletjes loodmetaal over. Het loodoxyde wordt na-
melijk ook ontleed , de gloeijende kool onttrekt daaraan de zxmr-
stof en vormt daarmede kooloxydegas, dat ontwijkt; er moet
derhalve metallisch lood overblijven (reductie of desoxydatie.)