Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Oxalztmr of zuringzuw.
171
V
sche zuilen) uit af, die men door omkristalliseren reinigt. Zij
Kg. 103. reageren sterk zu\ir en zijn vergiftig; men noemt ze
oxalzttur of zuringzuur, in liet technische leven ook
wel verkeerdelijk suikerzuur. Zij bevatten , gelijk de
meeste zureu, water chemisch gebonden, zonder het-
welk zij niet kunnen bestaan.
Proef. In een reageerbuisje giete men op 20 grein
oxalzuur 1 drachme rookende vitrioololie en verwarme
voorzigtig; er ontwikkelt zieh eciie luchtsoort, die
men door kalkwater, dat zich in een tweede reageer-
buisje bevindt, laat gaan. De helft van het ontwij-
kende gas wordt door het kalkwater opgeslorpt, dat
daardoor troebel wordt, dit is koolzuur (CO,), do
andere helft ontwijkt door het opene glazen buisje en brandt,
aangestoken zijnde, met eene blaauwe vlam; dit is kooloxydegas
(CO). Houdt de ontwikkeling van gas op, zoo heeft men in het
eerste glaasje Engelseh zwavelzuur; de vitrioololie heeft' alzoo
water opgenomen, namelijk het chemisch gebonden eonstitutiewa-
ter, dat in het zuringzuur bevat was. Het zuringzuur wordt,
zoodra het zijn water verliest, in de twee genoemde luchtsoorten
ontleed, het kan dus beschouwd w orden als eene verbinding
van 1 aequivalent CO,
en 1 acquivalent CO of (bijeen gevoegd)
als C.O,.
Vergelijkt men deze zamenstelling met die van de suiker, zoo
blijkt, dat de suiker meer koolstof dan het zuringzuur, doch
buitendien ook nog waterstof bevat; er moet dus daaraan eeu
gedeelte koolstof en al de w^aterstof onttrokken zijn. Dit ge-
schiedde door de zuurstof van het salpeterzuur , die met de eerste
koolzuur, met de laatste water vormde. Men kan hetgeen liier
gcschiedde derhalve als eene verbranding (oxydatie) op den natten
weg beschouwen. De suiker heeft juist dezelfde bestanddeelen als
het hout. Steekt men een houtspaander aan, zoo verbrandt eerst
voornamelijk de waterstof, wijl deze zeer ligt brandbaar is, ein-
delijk hoofdzakelijk koolstof, daar deze moeijelijker verbrandt
(120). Dezelfde opvolging heeft ook bij het koken van suiker met
salpeterzuur plaats; eerst wordt vooral de waterstof, later eerst
de koolstof geoxydeerd, doch de laatste slechts gedeeltelijk, daar
cr niet genoeg salpeterzuur voorhanden is, even als ook het hout
slechts voor een gedeelte verbrandt, wanneer er niet genoeg lucht