Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
f
158
Zaren,
CnLOOH EN WAÏERSTOP, ZOUTZUUR (H Cj).
185, Froef. In een poreeleinen kopje brenge men eenig keu-
kenzout en giete er een weinig zwavelzuur op , er ontwijkt onder
opbruising eene luchtsoort, die prikkelend riekt, zuur smaakt en
vochtig blaauw reageerpapier rood kleurt; deze luchtsoort heet
zoutzuur- of chloorwaterstofgas. Giet men een weinig geest van
sal ammoniak op een' houtspaan en beweegt men deze boven het
kopje heen en weder, zoo ontstaat er een dikke, witte damp
en de reuk, zoowel van het zoutzuur als van den sal ammoniak-
geest, verdwijnt. De zure dampen worden door de vlugtige
basis, die in den sal ammoniakgeest bevat is, geneutraliseerd,
er vormt zich een reukloos zout zoutzure ammonia) en wel zoo
fijn verdeeld, dat het in de lucht zweeft. Men kan op deze
wijze gemakkelijk erkennen, of in de lucht zoutzuur of, wan-
neer men omgekeerd te werk gaat, ammonia bevat is, en te
gelijk deze dampen, die voor de ademhaling moeijelijk en voor
de gezondheid nadeelig zijn, onschadelijk maken en mt de
lucht verwijderen.
Troef. Men menge in een kolfje voorzigtig { lood water met
IJ lood zwavelzuur en voege er , nadat het mengsel eerst weder
Pil?. 97.
koud geworden
is, een lood keu-
kenzout bij. Op
het kolfje past
men eene kurk
met eene glazen
buis, waarvan
het langste einde
in een glas uit-
komt , waarin 2
lood water zijn.
Verwarmt men
de kolf in een
zandbad , zoo
ontwijkt het zoutzuurgas, doch bedaarder dan in de vorige proef,
daar men het zwavelzuur eenigzins verdund had. De glazen buis
moet slechts voor een klein gedeelte in het water steken; reikt
zij tot op den bodem van het glas, zoo kan de geheele vloei-
stof eensklaps in de kolf terug vloeijen, wanneer de warmte af-