Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Borimn en züurdof. .15:3
dien men ze in watergroeven leidt, waar zij te gelijk met Let
boriumzuur verdigt worden.
Proef. Men buigt een dunnen platinadraad ter lengte van
eenen vinger aan het eene einde tot eenen haak om, bevochtigt
Pig. 95. dien met de tong en doopt hem in bo-
riumzuur , zoodat er eenige kleine kris-
tallen aan blijven hangen. Blaast men
nu met de blaasbuis in de vlam van
een licht en houdt men het boriumzuur
zoodanig voor de zijdelings omgebogene
vlam, dat het door den top dcrzelve
bereikt wordt, zoo smelt het, eerst
opzwellende in zijn kristalwater tot
eene sponsachtige massa, vervolgens in
de gloeiliitte ten tweeden male tot eene
doorseliijnende glasparel. Verdamping heeft daarbij niet plaats ^
het boriumzuur behoort tot de ligchamen , die tegen het vuur
bestand zijn. Wordt de nat gemaakte glasparel met krijt, lood-
glit of ijzerroest bepoederd en weder tot smeltens toe verhit, zoo
vereenigen deze ligchamen zich innig met het boriumzuur, zij
worden door hetzelve opgelost cn eveneens verglaasd. De meeste
verbindingen van het boriumzuur met bases worden door hitte
glasachtig amorph, d. i. zij smelten tot een nu eens kleurloos,
dan eens gekleurd glas te zamen.
181. De blaas- of soldeerbuis is een voortreffelijk werktuig
om ligchamen in het klein te vervlugtigen, te gloeijen, te smel-
ten, te oxyderen of te reduceren. In de vlam, die men door
middel van de blaasbuis voortbrengt, heeft eene dubbele verbran-
ding plaats, in het binnenste door de lucht, die men in dezelve
blaast, en van buiten door de dampkringslucht. Hierdoor ont-
staan twee lichtkegels , een" kleinere inwendige van eene blaauwe
kleur, en een groote uitwendige van een geelachtig voorkomen :
den eersten noemt men de reductievlam, den laatsten de oxyda-
ticvlam. Wil men aan een ligchaam de zuurstof ontnemen, zoo
houdt men het aan de spits van de blaauwe vlam ; in deze is
nog roet of koolstof aanwezig , welke zich met de zuurstof tot
koolzuur verbindt, moet er daarentegen bij een ligchaam zuurstof
gevoegd worden, zoo houdt men het aan de spits van de uit-
wendige vlam, waar dc zuurstof der lucht er ongehinderd bij
kan komen. Om zich in het gebruik van de blaasbuis te ocfc-