Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
150 Zumi.
phorzuur uitgedreven. De zwavelzure kalk of gips (164) wordt
met water idtgewassehen.
Gelijk men ziet, is op den natten weg liet zwavelzuur sterker
dan het phosphorzuur, bij de gloeihitte is eehter het omgekeerde
het geval. Wordt gips met phosphorzuur gegloeid , zoo moet het
zwavelzuur er uit. Zoo buitengemeen wisselen de affiniteiten bij
verschillende temperatuur af. Bij sterke hitte zijn altijd die zu-
ren het sterkst, die het moeijelijkst vlugtig worden, en tot deze
behoort het phosphorzuur, want het verdampt eerst bij de wit-
gloeihitte. Dampt men het verkregen phosphorzuur af, zoo krijgt
men hetzelve (nog eenigzins kalkhoudend) eerst als een siroop-
achtig vocht, en eindelijk als eene glasachtige, vaste massa.
Om het phosphorzuur te herkennen, voegt men er in den vloei-
baren staat eenige druppels zilver-oplossing en geest van sal am-
moniak bij, er ontstaat een geel nederslag [phosphorzuur zilvero-
xyde]. Was echter het zuur te voren gesmolten of gegloeid geweest,
zoo is het nederslag wit. Door eene sterke verhitting worden alzoo
de eigenschappen van het phosphorzuur gedeeltelijk veranderd.
Ook het zuur dat men door verbranding van phosphorzuur in de
lucht verkrijgt geeft met zilveroplossing een wit nederslag.
Een volwassen mensch heeft in zijn ligehaam ongeveer
9 —12 pond beenderen, daarin
6 — 8 pond beenaarde, daarin
5 — 7 pond phosphorzure kalk, daarin
2^— 3 pond phosphorzuur, daarin
1 — Ij pond phosphor.
Phosphorzure zouten vindt men bovendien ook in het bloed, het
vleesch en in andere ligchaamsdcelen. Van waar krijgt nu ons
ligehaam dezen phosphor ? Antwoord: uit het vleesch eu de plan-
ten, die wij gebruiken. In het brood, in alle graansoorten, in
de peulvruchten en in vele andere planten , vooral in zaden der-
zelve zijn phospborzm'c zouten aanwezig. Doch hoe komen de
planten aan deze zouten ? Door den grond. Bevat een akker
geene phosphorzure zouten, zoo kan er zich geen zaad vormen,
vermeerderen wij echter de hoeveeUieid derzelve door gemalen
beenderen onder de aarde te mengen , zoo stellen wij deze laatste
in staat eene grootere hoeveelheid graankorrels voort te brengen.
Men bezit dus in de beenderen een krachtig middel tot bemesting.
Dat ook de daarin bevatte lijm tot den wasdom bijdraagt , zal
later ter sprake komen.