Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Zwaveligzuur. 147
er eenig verdund zwavelzuur opgiet, dat zich met de soda ver-
bindt en het zwakkere zwaveligzuur uitdrijft.
Proef*. Daar het zwaveligzuurgas tot spee. gew. het getal 2,25
heeft en derhalve veel zwaarder is dan dampkringslucht, kan men
ook drooge flesschen op dezelfde wijze met dat gas vullen als wij
bij het chloor gezien hebben [150]. Neemt men van eene op zoo-
danige wijze met zwaveligzuurgas gevulde flesch onder water den
stop weg, zoo dringt het water met zoo veel geweld de flesch
binnen, dat de bodem daarbij kan afgeslagen worden. Het gas
wordt zoo snel door het water opgenomen, dat het schijnt alsof
de flesch geheel lucht-ledig ware geweest. y
Proef. Men schudde een .stukje campèchehout met warm water
en giete dan bij de verkregene vloeistof eenig zwaveligzuur water,
er zal terstond ontkleuring ontstaan. Het zwaveligzuur bleekt de
plantenkleuren. Stroo, wol, zijde, spons en darmsnaren, alzoo
v'ooral dierlijke stoffen, worden zeer algemeen met zwaveligzuur
gebleekt, het eenvoudigst op die wijze, dat men dezelve, met
water bevochtigd, in eene kamer of in eene kast ophangt en
eenen nap met brandenden zwavel op den grond plaatst. Zeer
goed kan men de ontkleurende kracht van dit zuur ook waarne-
men, wanneer men eene roos boven een brandend stuk zwavel
houdt.
Proef*. Men overgiete eene roos met water, waarin zwave-
ligzuurgas is opgelost. Zij zal in weinige oogenblikken in eene
witte bloem herschapen schijnen. Dompelt men haar daarna echter
in verdund zwavelzuur, zoo neemt zij hare oorspronkelijke kleur
onmiddellijk weder aan.
De kleurstof is derhalve door het zwaveligzuur niet volkomen
vernietigd, zoo als door ehloor, maar zij heeft daarmede eene
kleurlooze verbinding aangegaan, die door een sterker zuur weder
wordt opgeheven.
Proef. Houdt men een brandenden zwavelstok boven branden-
den zwavel of in een glas, waarin zich zwaveligzuurgas bevindt,
zoo wordt die uitgedoofd, even als in stikstof of koolzuur. Het
voortbranden wordt in deze gassen verhinderd, daar zij geene
vrije zuurstof bevatten. Het blussehen van brand in den schoor-
steen door zwavel, die men daaronder aansteekt, wordt hierdoor
verklaard: het zwaveligzuurgas stijgt naar boven en verdringt de
aanwezige dampkringslucht, het glimmende roet komt daardoor niet
meer in aanraking met vrije zuurstof en moet uitgaan.
10*