Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
154 'Zuren.
zoo ontstaat er , wanneer er omstreeks 4—6 maal meer water dan
zuur bijgevoegd is, eene sterke opbruising en het ijzer wordt op-
gelost. Het sterke zuur kan men in ijzeren ketels zelfs tot de
kookhitte verwarmen, doch geenszins het verdunde. Dat bij deze
proef waterstof ontwijkt en ijzervitriool overblijft, .is bekend (89).
Het ijzer wordt oxydule, niet door de zuurstof van het zuur ,
maar door die van het water. Hetzelfde is het geval met zink en
tin. Ter oplossing van dergelijke metalen moet men derhalve
verdund zuur gebruiken. Er zijn evenwel ook metalen, die slechts
in sterk zuur kunnen opgelost worden, b. v. koper, zilver enz.;
daarover nader bij het zwaveligzuur.
k) Mengt men 1 pond zwavelzuur met 1000 pond water en
giet men dit vocht op weiden, zoo bemerkt men dikwerf eene
vermeerdering van vruchtbaarheid. De reden hiervan ligt daarin,
dat het zwavelzuur vele aardsoorten ontleedt en oplosbaar maakt,
waardoor zwavelzure zouten ontstaan, die door de planten worden
opgezogen en haren groei zeer bevorderen.
2) ZWAVELIGZUUR (SO,).
174. Dit scherp riekende gas vormt zieh niet alleen bij het
verbranden van zwavel, maar het kan ook uit het zwavelzuur
verkregen worden, wanneer hieraan 1 aequivalent zuurstof ont-
nomen wordt.
Troef. In een kolfje (zie Eig. 89) doet men 1 lood kopervijlsel
en 4 lood Engelsch zwavelzuur verwarmt en leidt het ontwijkende
gas (SO,) in een met water gevuld glas (over de in acht te nemen
voorzorg z. 90); het wordt door het water in groote hoeveelheid
opgenomen en deelt daaraan eenen zuren smaak en prikkelenden
reuk mede, gelijk die van brandende zwavel. 1 Maat waterkan
tot 40 maten zwaveligzuur oplossen. Wordt het gas niet meer
opgenomen, zoo leidt men het in eene , met eene oplossing van
koolzure soda gevulde flesch; deze slorpt het gas eveneens op en
vormt daarmede zwaveligzure soda, terwijl het koolzuur ontwijkt.
Het gevormde zout schiet, na genoegzame verdamping, in witte
kristallen aan, welke tegenwoordig onder den naam van anti-
chloor in den handel voorkomen; zij zijn namelijk in staat, het
chloor, dat bij het bleeken met chloor mogelijk in het linnen is
overgebleven, te binden en onschadelijk te maken. Dit zout riekt
doorgaans niet naar zwaveligzuur, doch dan alleen, wanneer men