Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
lU Zuren.
c) Men druppele eenige vitrioololie op papier; de ontleding
geschiedt langzaam, doch heeft oogenblikkelijk plaats, wanneer
men er eenige druppels water bijvoegt, daar water er. zAvavelzuur
zich met elkander onder ontwikkeling van veel warmte vereenigen.
Men moet dus, wanneer er zwavelzuur op de huid komt, deze
eerst met een droog papier of doek afvegen en daarna met veel
M'ater afwasschen.
c^) Eene 5 a 6 palm lange glazen buis, die aan het eene einde
toegesmolten is, wordt voor de helft met Engelsch zwavelzuur
gevuld en daarop voorzigtig langs den wand water geschonken,
tot de buis geheel gevuld is. Het groote verschil in specifiek ge-
wigt tusschen de beide vloeistoffen maakt, dat zij zich niet spoedig
met elkander kunnen vermengen, het water blijft op het zuur
drijven. Sluit men nu de buis met eene naauwkeurig passende
kurk zoodanig, dat er geene luchtbel in over blijft, en keert men
haar vervolgens om, dan vloeit het zwaardere zwavelzuur door het
water en beide vermengen zich. De buis wordt daarbij zoo heet,
dat men ze niet meer met de hand kan vasthouden , maar te gelijk
bemerkt men dat boven in de buis eene ledige ruimte ontstaat,
zonder dat er eene enkele droppel beneden van de kurk afvloeit.
Het volume-der vloeistoffen is derhalve, na dat zij zich vermengd
hebben verminderd: zij hebben zieh scheikundig met elkander
verbonden en daarbij heeft verdigt ng plaats gehad.
Mengt men 50 maten zwavelzuur met 50 maten water, zoo
verkrijgt men niet 100 maten, maar slechts 97 maten vocht; er
ontstaat dus eene zamentrekking of verdigting; waar eehter ver-
digting ontstaat, daar bemerkt men altijd, dat er warmte vrij wordt.
d) Men wrijve een weinig indigo tot poeder en giete er zooveel
vitrioololie op, dat het eene brij wordt. Na verloop van eenige
dagen voegt men er water bij, men verkrijgt dan een donker-
blaauw vocht, indigo-oplossing. Met deze kan men wol fraai
blaauw verwen (saksiseh blaauw). Engelsch zwavelzuur lost den
indigo slechts onvolkomen op.
e) Zet men des winters een glaasje met vitrioololie en een
ander met Engelsch zwavelzuur op eene koude plaats, zoo bevries^
de sterkere vitrioololie reeds bij het vriespunt, doch het zwakkere
Engelsch zwavelzuur zelfs bij onze sterkste winterkoude niet (eerst
bij —34®).
f) Men losse een lood koolzure soda op in warm water en
voege er verdund zwavelzuur bij tot neutralisatie toe. Na het ver-