Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Zwavel en zmmtof. 143
hoofdzakelijk door het salpeterigzuur wordt bewerkt. Bij ons te
lande wordt dan ook meestal laatetgcnoemd zuur onmiddellijk aan-
gewend. Men plaatst daartoe potten, die een mengsel van 1 deel
salpeter op ^ deel zwavelzuur bevatten, in den oven, waarin de
zwavel verbrandt. Uit 159 weten wij, dat bij deze verhouding
van salpeter en zwavelzuur geen salpeterzuur gevormd wordt,
wanneer men ze te zamen verwarmt, maar grootendeels alleen
salpeterigzuur; dit laatste treedt dan gelijktijdig met het zwavelig-
zuurgas de looden kamers in cn bewerkt op de beschrevene M^ijze
de vorming van zwavelzuur.
Het uit de looden kamers afgetapte verdunde zuur moet nog
ongeveer tot op de helft verdampt worden, om het in sterk of
geconcentreerd zuur te veranderen. Dit geschiedt eerst in loodeii
pannen, later in retorten van glas of platina. Het water, dat
zich gemakkelijker vervlugtigt, ontwijkt en neemt slechts weinig
zuur met zich mede. Wanneer het specifiek gewigt van de vloeistof
tot op 1,85 gerezen is, d. i. wanneer in een fleschje, dat lOÜO
grein water kan bevatten, 1850 grein zuur gaan, houdt men met
het verdampen op cn doet het in groote glazen ballons. In 1 N.
pond Engelseh zwavelzuur zijn wel is waar nog 18 lood water,
of op 1 aeq. zuur 1 aeq. water bevat, doch deze worden door
het zuur zoo vast gehouden, dat zij door warmte niet uitgedre-
ven kunnen worden. Men noemt het daarom ook zwavelzuur-
hydraat — HO, SO,.
PROEVEN MET ZWAVELZUUR.
173. a) Men late eenig zwavelzuur in een open glaasje in de
lucht staan; het zal met eiken dag in gewigt toenemen, daar het
zeer gretig water aantrekt. Door het maanden lang te laten staan,
kan het 6—8 maal deszelfs gewigt aan water opnemen. Men
droogt dikwijls waterhoudende ligchamen, vooral gassen, door
zwavelzuur.
b) Een stukje hout in zwavelzuur gedoopt wordt langzamerhand
zwart en verkoolt, even als of men het in eene vlam houdt. Het
zwavelzuur onttrekt aan hetzelve waterstof en zuurstof, welke het
tot water vereenigt, de koolstof blijft over. Op deze wijze kan
men houten palen enz. verkolen, om ze op vochtige plaatsen tegen
bederf te bewaren. Bij het zuiveren van lampolie wordt de slijm
van dc olie door zwavelzuur verkoold. Het zwavelzuur verkoolt
eu ontleedt bijna alle plantaardige en dierlijke stofTcn.