Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
138
'Zuren.
ZWAVEL EN ZUURSTOF,
1) Zwavelzuur (SO3).
168. Wat voor den mechanicus het ijzer is, dat is voor den
chemicus het zwavelzuur. Gelijk gene uit het ijzer niet slechts
werktuigen van allerlie aard vervaardigt, maar ook gereedschap-
pen, waarmede hij andere meterialen kan bearbeiden, zoo is ook
het zwavelzuur voor ons van dubbel belang. Het vormt niet alleen
met dc bases zeer belangrijke zouten, maar wij gebruiken het ook
als het nuttigste chemische middel, om tallooze andere chemische
stoffen en veranderingen voort te brengen, zoo als de bereiding
van waterstof, phosphor, chloor, salpeterzuur, koolzuur enz.
reeds geleerd heeft. Sedert het tot schuren van metaalgereed-
schappen, tot bereiding van vuurtuig, schoensmeer enz. algemeen
in gebruik is, kent elkeen hetzelve als eene bijtende, scherpe
vloeistof. Wij hebben het tot hiertoe voornamelijk als den Her-
cules onder de zuren Iceren kennen, waardoor wij alle anderen
kunnen overweldigen en verdi'ijven. In den handel komt het
slechts vloeibaar voor en wel in twee soorten: 1. als een olie-
achtig rookend vocht (vitrioololie of Nordhäuser zwavelzuur) en 3.
iets dunner en niet rookend (Engelsch zwavelzuur). Op de volgende
wijze verkrijgt men het vast en droog.
Froef, In eene kleine kolf, die in een zandbad op een' drievoet
staat, giete men
een lood rookend
zwavelzuur en
verwarme zacht,
tot dat het vocht
zacht aan het ko-
ken geraakt. Men
leide den damp
door eene niet te
naauwe glazen
buis in eene
drooge flesch, die
in eenen met zeer
kond water ge-
vulden kom geplaatst wordt. Men kan des zomers het water ge-
makkelijk afkoelen, door er eene handvol gCStoofën salpeter in te
werpen. Laat men den damp in de lucht gaan, zoo verschijnt