Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
136 Zufen.
der sterkste bases, die zieli terstond met een gedeelte van het
voorhanden zuur tot koolstofzure potaseh verbindt. Deze wordt
door de uitgescheiden koolstof zwart gekleurd. Plaatst men de
buis met de zwarte zoutmassa in een glaasje, waarin water is,
zoo lost zich de koolzure potaseh op, doch de kool drijft in de
oplossing en laat zich op een filtrum verzamelen. Het vocht
reageert basisch, daar het zwakke koolzuur niet in staat is, de
basische eigenschappen van eene zoo sterke basis, als de potaseh
is, volkomen te neutraliseren. Dat in hetzelve koolzuur bevat is,
ziet men uit het opbruisen bij toevoeging van een zuur.
Het koolzuur bestaat uit 1 aeq. koolstof en 2 aeq. zuurstof,
het heeft dus de formule CO,. Volgens het gewigt zijn er altijd
75 lood of grein koolstof met 200 lood of grein zuurstof vereenigd,
wij hebben ons dus onder 1 aeq. C steeds eene gewigtshoeveelheid
van 75 lood, grein enz. koolstof te denken.
167. Het koolzuur ontwikkelt zieh onophoudelijk op vele plaat-
sen der aarde en wel voornamelijk:
a) Daar, waar in het inwendige der aarde vulkanen werkzaam
zijn, of vermoedelijk in vroegeren tijd werkzaam geweest zijn.
In het nevelhol van Pyrmont, aan het Lacher-meer en o. a. p.
stijgt aanhoudend koolzuur uit aardspleteu opwaarts.
Meestal wordt dit koolzuur onmiddellijk in den dampkring ver-
breid , maar hier en daar waar de lokale omstandigheden geene
snelle luchtwisseling toelaten, blijft het staan en neemt dan door
zijne groote zwaarte de laagste plaatsen op den bodem in.
Zoo kent men op Java een dal, waar voortdurend koolzuur uit
den grond opstijgt en zich om bovengenoemde reden niet spoedig
door den dampkring verspreidt. Planten noch dieren kunnen daar
leven, om welke reden het den naam van Doodendal draagt.
Merkwaardig is in dit opzigt ook de Hondsgrot te Napels: ook
hier bevindt zich op den bodem eene laag koolzuur , die echter
zoo laag is, dat een mensch zich vrijelijk daarin kan bewegen,
zonder daardoor gehinderd te worden, maar hoog genoeg, om
honden die men in de grot jaagt, spoedig te bedwelmen cn ten
slotte te verstikken.
Dieren cn menschen die door de inademing van koolzuur be-
dwelmd zijn, kunnen het best door snelle indompeling in koud
water weder hersteld worden.
b) Bij de verbranding van alle stoffen, die wij tot verhitting en
verlichting gebruiken , zoo als reeds meennalen is gezegd geworden.