Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
6 Scheikundige werMngen.
7. Het zijn voornamelijk vier hoofdvragen, die de scheikundige
aan de verschillende ligehamen in de natuur doet:
a) Waaruit bestaan zij ? Hier is een stuk been. Wat wordt
hiervan, wanneer men het in het vuur legt ? Het wordt witter,
ligter en poreuser dan vroeger (beenaarde). Wat echter, wanneer
het in een bedekten kroes verhit wordt ? Het wordt ligter en
zwart (beenzwart). Hoe houdt zich het been in kokend water of
waterdamp? Het wordt ligter en blijft wit, in het water is lijm
opgelost. Hoe in zoutzuur ? Het wordt doorschijnend, de beenaarde
lost zich op, eene kraakbeenige zelfstandigheid blijft over, welke,
met water gekookt, in lijm overgaat. Hoe houdt zich de lijm in
het vuur ? Zij verkoolt in een digten kroes, zij verbrandt en ver-
dwijnt in een openen. Deze weinige proeven toonen , dat in de been-
deren eene onverbrandbarc aarde en verbrandbare lijm bevat zijn;
zij toonen tevens aan, dat het de verkoolde lijm is , die de been-
aarde in de tweede proef zwart kleurt en tot beenzwart maakt,
dat lijm wel in water, maar niet in zoutzuur oplosbaar is, enz.
Lijm en beenaarde noemt men de nadere bestanddeelen der beende-
ren; door voortgezette scheikundige bewerkingen laten deze zich
echter nog verder ontleden , d. i. in nog eenvoudiger bestanddeelen
verdeden. In de beenaarde vindt men phosphor, een metaal (calcium)
en zuurstof; in de lijm behalve zuurstof nog drie andere ligehamen
(waterstof, koolstof en stikstof). Deze laten zich op geene andere
bekende wijze verder scheiden of ontleden; wij noemen dezelve
daarom enkelvoudige ligehamen of scheikundige elementen. Men kent
er tot hiertoe meer dan 60, en bijna elk jaar doet dit getal toene-
men. Aan deze scheiding van zamengestelde ligehamen in enkel-
voudige geeft men den naam van analyse.
b) Welke veranderingen ondergaan de ligehamen, wanneer men
£e met anderen in aanraking brengt ? De uit de beenderen verkregene
phosphor geeft licht van zich in de lucht en verandert allengs in eene
zure vloeistof; hij verbindt zich daarbij met de zuurstof der lucht,
hetgeen het ijzer eerst bij de gloeihitte deed; deze vereeniging ge-
schiedt insgelijks, maar met een levendig vuur, indien men phosphor
zacht verwarmt; ook hierbij vormt zich een zuur ligehaam, dat echter
van het vorige verschilt. Brengt men dit laatste met kalk in aan-
raking , zoo ontstaat er een nieuw ligehaam, dat eene groote over-
eenkomst met de beenaarde heeft, het is kunstmatige beenaarde.
Het getal van nieuwe ligehamen, die door de verbinding der
elementen met elkander kunnen voortgebragt worden , is oneindig ,