Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Overzigt over de halogenen. 125
waar te nemen (glasaelitige en poedervormige ligchamen). Vele y^ ^ ^
ligchamen kunnen twee of meer verschillende/vormen aannemen, //Crt-'''*
zij heeten alsdan dimorph of polymorph (kool, zwavel).
3) Het water kan zoowel vaste ligchamen als ook luehtvor-
mige , b. V. chloor, zwavelwaterstof enz. oplossen en wel van de
laatsten des te meer, hoe kouder het is.
4) Even als dc warmte, zoo kan ook het licht chemische ver-
bindingen bewerken of opheifen.
5) Een ligchaam heeft op het oogenblik, dat het uit eene ver-
binding los wordt (in statu nascenti) de grootste geneigdheid tot
nieuwe verbindingen.
C) Er bestaan, als bij uitzondering, ook zamcngestelde ligcha-
men , die zieh met enkelvoudige evenzoo kunnen verbinden, als
of zij chemische elementen waren (cyan).
BOEIUM EN KIEZEL OT SILICIUM (B eu Si).
158. Deze beide stoffen komen alleen geoxydeerd in de natuur
voor; het borium zelden, in het boraxzuur en den borax, de kiezel
hoogst menigvuldig in zand en kwarts en bijna in alle overige
steenen. De kiezel wordt ook silicium, van het latijnsehe silex
— kiezelsteen, genoemd, van daar deszelfs teeken Si. Boriumzuur
en kiezelzuur geven met vele bases amorphe zouten (glas, slakken,
glazuui'), en men zoude het borium en süieium om deze reden
hyalogcnen of glasvormende ligchamen kunnen noemen.
OVERZIGI OVEE DE METALLOÏDEN OF NIET-METALEN.
1) De tot hiertoe behandelde 13 stoffen worden niet-metalen of
metalloïden genoemd, daar zij de algemeene eigenschappen der
metalen missen.
' 2) De warmte en elektriciteit gaan in dezelve slechts zeer lang-
zaam van het eene deeltje op het andere over, het zijn slechte
geleiders voor warmte en elektriciteit. Bij de metalen heeft het
tegendeel plaats , deze zijn goede geleiders.
3) Bij ontledingen door galvanische elektriciteit worden de niet-
metalen altijd aan de positive pool (aan de koperzijde), de metalen
aan de negative pool (de zinkzijde) afgescheiden. Daar nu de positive
j pool alleen de met tegengestelde, met negative elektriciteit voorziene
\ ligchamen aantrekt, de negative pool echter slechts de met positive
voorziene, zoo noemt men dc niet-metalen elektronegative lig-
chamen, de metalen elektro-positive.