Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
124 Niet-metalen of melallovlen.
heeft men als bestanddeelen ijzer, koolstof en stikstof gevonden.
De beide laatste stoffen zijn echter zoo innig met elkander verbon-
den, dat men ze als ééne enkele kan beschouwen. Het opmerke-
lijkste in deze verbinding is, dat zij zich, ofschoon zamengesteld,
toch met elementen kan verbinden, geheel als of zij zelve een
element ware. Om deze reden staat zij ook hier onder den naam
van cyan in de rij der elementen. In het cyan hebben wij dus
eene uitzondering van de vroeger opgegevene wet, volgens welke
enkelvoudige ligehamen zieh alleen met enkelvoudige, zamengestelde
slechts met zaujcngesielde chemisch kunnen verbinden. Jegens
andere ligehamen verhoudt zich het cyan in het algemeen even als
het chloor, iodium, bromium en fluorium, het is gasvormig, het
maakt even als deze met waterstof een zuur, het gevreesde blaauw-
zuur en verbindt zich als deze met metalen tot cyanuren cn Cyaniden.
De cyan-metalen gelijken eveneens naar zouten. De verbinding
van cyan met ijzer ziet er helder blaauw uit, van daar de naam
cyanos, die blaauw beteekent.
De vijf niet-metalen, chlorium, iodium, bromium, fluorium en
cyan onderscheiden zich daardoor:
1) Dat zij eene veel giootere verwantschap tot de waterstof
hebben dan tot de zuurstof. Met de laatsten verbinden zij zich
slechts gedrongen (zuurstofzuren).
2) Dat zij door de verbinding met de waterstof tot zuren wor-
den (waterstofzuren).
3) Dat hunne verbindingen met de metalen zouten zijn. Men
noemt deze zouten haloïdc-zoutcn, ter onderscheiding van de ge-
wone of zuurstofzouten, die uit een zuurstofzuur en eene basis
bestaan.
Wegens de laatstgenoemde sigenschap heeft men deze vijf elemen-
ten den naam gegeven van halogenen of zoutvormers.
OVEKZIGT OVEE DE HALOGENEN.
1) Kristallen kunnen zich vormen: 1. uit eene oplossing, of
door afkoeling (salpeter) of door verdamping (keukenzout); 2. uit
eene gesmoltcne vloeistof door verstijving (zwavel) en 3. uit dampen,
wanneer deze door bekoeling in eens vast worden (sneeuw, iodium).
2) Tegenover de gekristalliseerde of regelmatig gevormde lig-
ehamen staan de amorphc, waaraan geene bepaalde gedaante is