Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Bromium. 123
voelig, dat men haar eveneens zeer gemakkelijk ter opsporing van
iodium kan aanwenden.
BKOMIUM (Br),
(icq. gew. — 1000. — Sprc. gew. = 3.)
156. Het bromium komt als eene zwarte, zware, zeer vlugtige
vloeistof voor. Bromos beteekent in het Griekseh stank; dezen
naam ontving het onderhavige element, daar het reeds bij gewone
temperatuur tot eenen geel-rooden damp overgaat, die doordrin-
gend onaangenaam riekt. Stijfsel wordt daardoor geel gekleurd.
Iodium en bromium hebben eene groote overeenkomst met het
ehloor, ten opzigte van hunne verhouding jegens andere ligchamen.
Zij bezitten, even als dit, eene zeer sterke affiniteit tot de waterstof
en vormen daarmede zuren; zij vereenigen zich ook met de meta-
len tot ioduren en iodiden, bromuren en bromiden, well'e zich even-
eens geheel als zouten voordoen. Houdt men eene blanke zilveren
plaat boven iodium of bromium, zoo wordt zij eerst geel, ver-
volgens paars en blaauw; de dampen dezer ligchamen vereenigen
zich namelijk met het zilver. De gevormde dunne laag van iodium-
en bromiumzilver wordt in het licht bijna oogenblikkelijk, in de
schaduw langzaam, in het donker niet ontleed. Hierop steunt de
daarstelling der Daguerre's of lichtbeelden. Buitendien worden
iodium en bromiimi als geneesmiddelen tot verdrijving van krop-
gezwellen en klierziekten gebruikt.
Beide stoffen zijn getrouwe gezeUen van het chloor; waar
keukenzout voorkomt, in de aarde, in de zee, in mineraalbronnen,
daar vindt men ook kleine hoeveelheden van deze stoffen, doch
niet vrij, maar eveneens met metalen verbonden. De zeeplanten
bezitten het vermogen, deze verbindingen uit het zeewater tot zich
te trekken en vast te houden, eu uit dezelve verkrijgt men het
iodium en bromium. Zij werken beide giftig.
rLüOKIUM (F).
riuorium is een element, dat eveneens met het chloor zeer veel
overeenkomst heeft, en dat men nog niet in den zuiveren toestand
kent. De bekende in teerlingen kristalliserende steen, vloeispaath,
betaat uit fluorium en calcium.
CYAN OP CTANOGENIUM (Cj of CjN).
157. In het als verwstof overal gebruikelijke Berlijnsch blaauw