Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
116 Kiei-metalen of metalldiden.
nascenti); is zij eenmaal vrij, zoo heeft zij weinig neiging om
weder in verbinding te treden. Deze eigendommelijkheid vertoo-
nen alle andere elementen , en zij wordt dikwijls gebrnikt, om
vrijheidslievende ligchamen, d. i. zoodanige, die zwakke verwant-
schap tot anderen vertoonen, tot verbindingen aan te zetten, die
men op den onmiddellijken weg niet kan voortbrengen.
Even als de bruinsteen , zoo geven alle andere ligchamen, welke
ligt zuurstof loslaten, b. v. chloorzuje potaseh, menie enz,, chloor-
gas , wanneer men ze met zoutzuur verwarmt,
151, Het zoutzuur ontleent zijn chloor aan het keukenzout, dat
voor de grootste helft uit chloor bestaat; men kan dus dit gas uit
keukenzout verkrijgen, wanneer men lood daarvan met 1 lood
bruinsteen, 4 lood zwavelzuur en 2 lood water mengt en ver-
warmt ; het zwavelzuur ontwikkelt zoutzuur uit het keukenzout,
en dit zoutzuur wordt op de beschrevene wijze door den bruin-
steen ontleed.
Het chloor werkt giftig, wanneer men het inademt; men moet
dus bij deszelfs bereiding en bij proeven met hetzelve zorgen , dat
men het niet inademt. Tot meerdere veiligheid giet men eenige
druppels wijngeest of geest van sal ammoniae op een' doek, en
waait met dezen meermalen door de lucht, het in de lucht aan-
wezige chloor wordt dan zoodanig veranderd, dat het onschade-
lijk wordt,
PEOEVEN MET CHLOOKGAS EU CIILOOEWATER,
159, a) Om den reuk van het chloor waar te nemen, riekt
men voorzigtig aan chloorwater, dat men met veel water verdund
heeft, niet aan het chloorgas; het eerste kan men ook zonder
gevaar proeven. De reuk van het chloor is eigenaardig prikkelend
en verstikkend, de smaak is wrang en zamentrekkend,
b) Zet men een glas met chloorgas open in de lucht, zoo
bemerkt men, dat het gas niet spoedig verdwijnt, doch keert
men het glas om, zoo zal het in korten tijd niets dan dampkrings-
lucht bevatten. Het chloorgas is bijna 2^ maal zwaarder dan
gewone lucht; zijn specifiek gewigt is — 2,45,
e) Men werpe een stukje lakmoespapier in chloorgas, het wordt
wit; met giete bij een weinig rooden wijn of inkt chloorwater,
beide vloeistoffen verliezen hare kleur. Alle kleuren, die uit het
planten- of dierenrijk afstammen, worden daardoor vernietigd.