Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Chloor of chlorine. 115
wordt. Opent men het fleschje, zoo stroomt de lucht er met kracht
in. Deze ledige ruimte ontstond, dewijl het chloorgas in het water
werd opgelost, hetgeen men ook zien kan uit het verdwijnen van
de gele kleur in het bovenste gedeelte van de flesch. 1 Maat water
kan 2 maten chloor oplossen; de oplossing heet chloorwater.
Het zoutzuur, dat men uit het keukenzout verkrijgt, is eene
verbinding van chloor en waterstof, het behoort tot de reeks der
waterstofzuren: ontneemt men aan hetzelve de waterstof, zoo
moet het chloor vrij worden. Dit geschied op de volgende wijze.
Wanneer zoutzuur op bruinsteen (superoxyde »van mangaan,
MnO.) gegoten wordt, zoo onttrekt de zuurstof van den bruin-
steen aan het zoutzuur de waterstof en er ontstaat water, te
gelijk echter ook uit het vrij geworden mangaan en chloor man-
gaanchloride. Uit 2 HOI en MnO, wordt 2 HO en MnCl,. Het
mangaanchloride verliest echter reeds bij eene ïv.er zachte warmte
de helft van het chloor, evenals, doch nog veel ligter, bij gloei-
jing een gedeelte zuurstof uit den bruinsteen ontwijkt. Er vormt
zich dus bij eene zachte warmte zeer gemakkelijk uit mangaanchlo-
ride mangaanchloruur en vrij chloor, dat als een groengeel gas
ontwijkt. MnCl, woidt ontleed in MnCl en Cl.
Men kan zich nog op eene andere w-ijze van deze proef reken-
schap geven.
Wij hebben gezien (79) , dat de over-oxyden in het algemeen
hunne overvloedige zuurstof gemakkelijk verliezen en in bases
overgaan, wanneer zij met zuren worden verhit. Wordt bruin-
steen met zwavelzuur of met zoutzuur verwarmd, dan wordt er in
allen gevalle mangaanoxydule gemaakt, terwijl er zuurstof vrij
komt. In het eerste geval echter ontwijkt deze zuurstof vrij cn
gasvormig (80), in het laatste echter ontwijkt zij niet, maar dient
om de waterstof van het overvloedig toegevoegde zoutzuur tot
water te oxyderen en zoo doende deszelfs chloor vrij te stellen.
" Onder den invloed van zoutzuur (HCl) wordt bruinsteen (MnOi)
geseheiden in MnO, dat zich met een ander deel van het zout-
zuur verbindt en in O. Dit laatste neemt de H van het HCl tot
zich en daardoor wordt het chloor vrij.
Ontwikkelt men zuurstof uit den bruinsteen door gloeijing, en
leidt men haar dan in zoutzuur, zoo heeft zij de kracht niet meer,
aan het zuur de waterstof te onttrekken cn men verkrijgt geen
chloor. De zuurstof heeft dit vermogen slechts op het oogenbKk,
waarop zij uit eene andere verbinding wordt uitgescheiden (in statu
8*